Taal & gender

Misschien is het U opgevallen dat in zeer korte tijd de vrouwelijke persoonsvormen uit de Nederlandse taal zijn verdwenen. Geen actrice, kunstenares, lerares, atlete, hardloopster, enz. meer. Alleen nog maar de mannelijke vorm: leraar, atleet. Dit in tegenstelling tot de ontwikkeling bij onze buren de Duitsers, die zeer consequent beide vormen – en altijd tezamen – gebruiken met de vrouwelijke vorm als eerste: Kolleginnen und Kollegen. De vraag die ook in dit artikel niet beantwoord wordt is waarom in Nederland ongevraagd de verwijzing naar en daarmee de erkenning van de rol van de vrouw verdwenen is.

Is dit het gevolg van de Anglisering van de Nederlandse taal? Volgens de Amerikaanse feministen Casey Miller en Kate Swift bestendigt de Engelse taal een door mannen beheerste, patriarchale maatschappij. In de ons omringende landen heerst de opvatting dat het een miskenning van de vrouw is als voor persoonsvormen die verwijzen naar een vrouw de mannelijke variant gekozen wordt. Dergelijk taalgebruik verhult de eigen en belangrijke rol die vrouwen kunnen spelen in onze maatschappij.

Taal weerspiegelt de culturele, politieke en vanzelfsprekend ook seksuele gewoontes en gebruiken van haar sprekers, zoals de verhouding tussen mannen en vrouwen, de dominante klassen en hun ondergeschikte bevolkingsgroepen, enz. De onderliggende connotaties en implicaties laten zich in dat opzicht niet gemakkelijk veranderen. Zo werd er traditiegetrouw van vrouwen geëist dat ze zich onderdanig of ondergeschikt opstelden tegenover mannen en zich tevens seksueel gematigd gedroegen. Seksuele gewoontes en gebruiken van bevolkingsgroepen die niet voldeden aan de historische rollen die aan (biologische) mannen en vrouwen toebedeeld waren, werden sterk afgekeurd en bij tijd en wijle vervolgd, bijvoorbeeld in de Utrechtse sodomieprocessen van 1730-31.

Beroepen en functies die een vrouwelijke vorm hadden, kregen niet zelden een maatschappelijke lagere waardering of zelfs een uitgesproken negatieve bijklank, zo leidt een mannelijke directeur of leider een bedrijf, terwijl er in de vrouwelijke vorm, directrice en leidster, eerder aan een onderwijsinstelling gedacht wordt. Een secretaris was oorspronkelijk een raadsman die bekend was met de geheimen en vertrouwelijke correspondentie van een instantie (zoals een bestuurscollege). De functie secretaresse, die in de 19e eeuw opkwam, was daarentegen een assistente van een invloedrijke persoon (een zakenman, directeur, e.d.): zij was o.m. verantwoordelijk voor zijn administratie en de briefwisseling. Tevens heeft het Nederlands de Franse vrouwelijke versies van maître “meester” en courtisan “hoveling”, de maîtresse (letterlijk “meesteres”) en courtisane (letterlijk “hofdame, vrouwelijke hoveling”), uitsluitend in hun seksuele betekenis overgenomen.

Zelfs bijvoeglijke naamwoorden en kwalificaties konden in betekenis (én bijklank) voor mannen en vrouwen verschillen: zo was een publieke man iemand die onder het grote publiek bekend was, maar een publieke vrouw werd een eufemisme voor een prostituee. Een gemakkelijke man was sociaal vaardig, maar bij een gemakkelijke vrouw (zonder enige context) werd eerder gedacht dat ze seksueel toegankelijk was.

In weerwil van de lessen die in de ons omringende landen zijn getrokken uit dit verleden en heden van mannelijke dominantie, hebben we in Nederland zonder enige discussie gekozen voor het gemak: omdat in onze steden met vele culturele en taalkundige achtergronden de Engelse taal toonaangevend geworden is hebben we ook de Nederlandse taal ver-angliseerd; inclusief het ontbreken van vrouwelijke persoonsvormen.