Buurman

Eindhoven, 1986

Ik heb altijd al zo’n buurman gehad, hoewel ik diverse malen verhuisd ben. Elke keer een andere, maar altijd zo’n buurman. Deze had een rode Lada stationcar die wekelijks geschrobd werd tot er niets Lada meer aan was. Nu is het zo dat ik in het weekend grote behoefte heb aan rust; benen op 45° en mijn verstand iets boven nul. Het zo gecreëerde lage druk gebied wordt echter regelmatig gedestabiliseerd door een actieve storing: mijn buurman. Zit ik min of meer comfortabel op mijn Kwantum tuinameublement (of is het ammeubelement?) komt na enige minuten het overbekende snep-snep….snep-snep boven de heg. Omdat dat stuk natuur exact tussen zijn en mijn tuin staat hebben we voor het gemak afgesproken om beurten wat snoeiwerk te verrichten. Fout! Spreek nooit met een buurman af om beurten de heg te doen zonder spijkerhard zwart op wit een groei- en snoeiplan met bijbehorend tijdschema op te stellen. Het zal namelijk blijken dat jij onderuitgezakt op je Kwantum klapstoel constateert dat de heg al aardig de gewenste privacy hoogte begint te naderen, hij zich al weken op zit te vreten over deze ongebreidelde wildgroei. Demonstratief, om aan te geven dat in één maand tijd hij nu al voor de derde maal mijn taak verricht, wordt de liguster tot onder de bijstandsgrens gekort. Hoewel dat ogenschijnlijk geen invloed heeft op mijn fysieke ruststand, is het de rest van de middag stress. En is het niet de heg, dan moet het gras er aan geloven. Ecologisch gezien heb ik geen bezwaar tegen een glad gazonnetje. De tijd van de wilde tuinen is aan mij onbesteed voorbij gegaan. Maar zo’n maaimachine maakt een niet tot achtergrondgeluid te reduceren teringherrie. Onze gazonnetjes zijn beiden ongeveer even groot: zo’n 6×4 meter. Daar waar ik dit lapje op ongezette tijden in hooguit 15 minuten platwals, is hij gauw een dik uur ratelen verder voor het laatste sprietje onder het mes bezweken moet zijn. Vorige week had hij een elektrische maaier geleend. En omdat mijn middag toch al veroordeeld was tot 4 uur zwaar leende ik dat ding vervolgens van hem om ook mijn gazon zweetloos op gelijk niveau te brengen. Na een dik kwartier worstelen met de voortrazende maaier die vastbesloten was het verlengsnoer in diverse ongelijke stukken op te delen raakte ik met mijn buurman in gesprek over het gemak van dit soort apparaten. Want het is niet zo dat ik geen woord met de buurman wissel, al gaat dat mij met de buurvrouw van de andere kant een stuk makkelijker af: twee grote woorden van mij wisselt zij achteloos tegen tweehonderd kleine, waardoor je bijna vergeet dat het wisselen van woorden bedoeld was om een conversatie te verkrijgen. Maar dit terzijde.

Buurman, overtuigd van het praktisch nut van de elektrische maaier, had in zijn overwegingen tot aanschaf van zo’n ding bedacht dat ie eigenlijk te duur was voor zo’n klein tuintje. Ik was daarentegen van mening dat het tuintje te klein was voor zo’n dure maaier, waarmee de politieke verschillen en onze kijk op de wereld weer eens helder onderstreept werden. Twee dagen later had hij zijn rode Lada dan ook ingeruild tegen een blauwe Mazda. Omdat mijn verstand ook die middag niet meer terug te brengen was tot een aanvaardbaar rustpunt stelde ik hem voor gezamenlijk een elektrische maaier aan te schaffen zodat ik op zaterdagochtend kan zeggen: “Ik pak even de maaier want het wordt weer hoog tijd dat het gras gemaaid wordt!” Zeker weten dat hij, als dat ding toch uit de schuur is, meteen na mij ook zijn gazon doet, zodat als ik terug kom van de bakker (dat duurt nu eenmaal een uur op zaterdagochtend) ik de rest van het weekend verlost ben van storend getuinier. Helaas groeit die heg ook gewoon door zodat enige zekerheid hieromtrent wel nooit verkregen zal worden.