Artikel 6

Artikel 6 van de Grondwet

1. 

Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. 

De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Onder religie wordt gewoonlijk een van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan, waarbij meestal een hogere macht, opperwezen of god centraal staat.

In bredere zin duidt het woord ‘religie’ op een algemenere vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven. Deze religiositeit kan al dan niet beschouwd worden in relatie tot een macht, of manifestaties van een macht, of een (bewust) niet nader gedefinieerd beginsel, essentie of entiteit. Het gaat daarom dus niet per se om een identiteit, een persoon.

Vaak ook wordt de term geloof gebruikt. In monotheïstische religies wordt ook het specifiekere begrip ‘godsdienst’ gebruikt; men gelooft niet alleen in de godheid maar dient hem/haar ook. Bij polytheïstische religies spreekt men over een ‘godendom’. Dat wordt ook vaak gediend, bijvoorbeeld door het brengen van offers.

In de context van religie is geloof het vertrouwen in of de overtuiging van de juistheid van een specifiek systeem van religieuze opvattingen waarvoor geen bewijs is.

In het dagelijks spraakgebruik wordt geloof ook als synoniem gebruikt van religie of godsdienst.

Een godsdienst is een levensbeschouwing waarin een geloof in één (monotheïsme) of in meerdere goden (polytheïsme) centraal staat.

Levensovertuiging is het geheel van opvattingen dat je hebt over het leven en over de manier waarop je het beste kunt leven.

Op grond van punt 1 van artikel 6 en volgens de definitie van het begrip levensovertuiging heeft elke verzameling van mensen en elk individu op grond van opvattingen over het leven/de wereld/of gelijk welke andere soort levensbeschouwing dan ook, dezelfde rechten als kerkgenootschappen en daarbij behorende gelovigen. Dit maakt dat artikel 6 overbodig is en onnodig onderscheid bewerkstelligt tussen personen en groepen op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid. En dat is in strijd met artikel 1 van de grondwet:

Artikel 1

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Wellicht kunnen we het oorspronkelijke artikel uit Neerlands eerste grondwet uit 1798 weer in de plaats van het huidige artikel 6 opnemen:

Geene burgerlijke voordeelen, of nadeelen, zijn aan de belijdenis van eenig Kerkelijk Leerstelsel gehegt.