Vrijheid van Godsdienst

*

Artikel 1 van de grondwet

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

*

Godsdienst: Een godsdienst is een levensbeschouwing waarin een geloof in één (monotheïsme) of in meerdere goden (polytheïsme) centraal staat.

  • Gelijkheid: Nederland maakt geen onderscheid tussen religieuze groeperingen. Alle religies vallen onder dezelfde grondrechten.
  • Erkenning: Omdat de vrijheid van godsdienst voor iedereen geldt, is er geen specifieke ‘erkenningsprocedure’ voor godsdiensten in Nederland, zoals in sommige andere landen wel het geval is. In Nederland is zo’n erkenning voor godsdiensten niet aan de orde door de algemene bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in de grondwet, verankerd in Artikel 6 van de Nederlandse Grondwet. Dit betekent dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende religieuze groeperingen en dat ze allemaal onder dezelfde grondrechten vallen, zolang ze de wet niet overtreden. 

Levensovertuiging is het geheel van opvattingen dat je hebt over het leven en over de manier waarop je het beste kunt leven.

Een goede interpretatie en uitvoering van Artikel 1 in de grondwet wordt bemoeilijkt doordat in onze grondwet aan dit Artikel 1 nog een artikel is toegevoegd: Artikel 6.

*

Artikel 6 van de Grondwet

1. 

Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. 

De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Waarom bemoeilijkt dit Artikel 6 de uitvoering of interpretatie van Artikel 1?

Op grond van artikel 1 en volgens de definitie van het begrip levensovertuiging heeft elke verzameling van mensen en elk individu op grond van opvattingen over het leven/de wereld/of gelijk welke andere soort levensbeschouwing dan ook, dezelfde rechten als kerkgenootschappen en daarbij behorende gelovigen. Dit maakt dat artikel 6 overbodig is en onnodig onderscheid bewerkstelligt tussen personen en groepen op grond van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid. En dat is in strijd met artikel 1 van de grondwet.

Wellicht kunnen we het oorspronkelijke artikel uit Neerlands eerste grondwet uit 1798 weer in de plaats van het huidige artikel 6 opnemen:

Geene burgerlijke voordeelen, of nadeelen, zijn aan de belijdenis van eenig Kerkelijk Leerstelsel gehegt.