Christelijke deugden zijn de sleutel tot natuurherstel

De menselijke omgang met de natuur draait om klassieke zonden als hebzucht en gulzigheid, stelt Sander Turnhout. Volgens hem kunnen christelijke deugden helpen om onze relatie met de natuur te herstellen.

Sander Turnhout Trouw, 7 juni 2024

Je kunt op veel manieren verklaren waarom het in Nederland slecht gaat met natuur en landschap, en één ervan is dat we niet meer in wonderen geloven. Wij mensen accepteren eigenlijk nog maar twee wonderen: de geboorte en de dood. Als een kind geboren wordt, zijn veel mensen in vervoering. De groei van de baby in de buik van wie je op zeker moment de voetjes kunt voelen, en de opluchting als een pijnlijke bevalling tot een goed einde is gekomen waarna een nieuw leven begint. Het is met recht een wonder, en behalve met pijn gaat het gepaard met hoop en verwachtingen.

Waar de ziel of het bewustzijn van dit nieuwe leven vandaan komt, weet niemand. We accepteren het wonder omdat het groter is dan wij, net zoals we vroeger de donder van Zeus of Wodan accepteerden omdat we niet begrepen hoe het onweer werkte. Bij de dood gaat het precies hetzelfde, maar omgekeerd. De grens tussen dood en leven valt samen met de grens tussen weten en geloven. Tussen feiten en wonderen. Feit is dat we veel minder weten dan we denken te weten: ook tussen geboorte en dood ritselt het leven van de wonderen.

Gooi een handje schroefjes in een emmer en er zal nooit vanzelf een mechaniekje ontstaan. Het leven doet dat wel. Moleculen die elkaar ontmoeten gaan op de een of andere manier samenwerken. We hebben een begin van een idee hoe sommige dingen werken, maar dat doet niets af aan het feit dat het in de basis wonderlijk is. Dat het leven maakbaar zou zijn, blijkt steeds vaker een illusie: onze pogingen de chaos te bestrijden zorgen op allerlei onvoorziene manieren voor ellende. Gedesinfecteerd speelgoed leidt tot meer zieke kinderen. Suikervrije cola is een dikmaker. Gecontroleerde veehouderij leidt tot zoönosen. De zesde massa-extinctie die wetenschappers in de natuur zien, heeft alles te maken met ons geloof in maakbaarheid.

De ‘onttovering’ van de Duitse socioloog Max Weber bracht ons het geloof dat mensen in de basis alles zouden kunnen beredeneren en daarmee ook beheersen. Het paradijs op aarde werd een kwestie van rekenen. Zelden heeft een idee er verder naast gezeten. Het controlemodel in onze voedselproductie brengt ons behalve voedsel ook honger, ziektes en plagen. Die worden afgeboekt als dure en onvoorziene ‘externaliteiten.’ Het is de grote weeffout van het kapitalisme: je creëert private baten door de kosten te verstoppen. Technologie heeft ons behalve welvaart ook welvaartsziektes gebracht, en het is wonderlijk naïef te geloven dat problemen die door technologie veroorzaakt zijn door diezelfde technologie ook weer zullen worden opgelost.

Het is een geloof, niet op feiten gebaseerd. In christelijke termen zou je het afgoderij kunnen noemen. Maximale nettowinst als leefregel betekent pakken wat je pakken kunt, want anders doet een ander het. Onze omgang met de natuur draait om exploitatie, hebzucht, gulzigheid en afgunst. We noemen dat met een net woord ‘efficiency’. Ons overmatig gebruik van pesticiden is een prachtig voorbeeld. Die doden niet alleen de plagen, maar ook de natuurlijke plaagbestrijders, en op die manier heb je er steeds meer van nodig. Dat is een fantastisch verdienmodel. Maar het is ook hoogmoed om te denken dat je een oorlog tegen de natuur zou kunnen voeren. Als je die uiteindelijk wint, ga je dood.

Christelijke deugden

Veel interessanter dan het belijden van kapitalistische zonden is kijken wat de zeven christelijke deugden zouden kunnen betekenen voor natuurherstel. Niet alleen geboorte en dood, maar ook het leven is een wonder. Al het leven. Vergaap je aan de hoeveelheid kleuren, geuren en vormen van paddenstoelen. Elk kind heeft daar oog voor. Dit is geen pleidooi voor een primitieve of feitenvrije wereld, het is een pleidooi om onszelf opnieuw te positioneren. We zijn niet almachtig of alwetend, zelfs niet bij benadering. Dat we weten hoe iets werkt, betekent niet dat we weten waarom iets werkt. Een beetje nederigheid zou ons goed doen.

De belangrijkste deugd om tot natuurherstel te komen is moed. De biodiversiteitscrisis en de klimaatopwarming laten zien dat we een catastrofe van ongekende proporties aan het organiseren zijn. Erkenning daarvan vereist moed: je moet het beest in de bek durven kijken, anders blijf je hangen in luchtwassers als oplossing.

Minstens zo belangrijk is liefde. We delen het leven met de natuur. We zijn niet de enigen die bewegen, eten en ons voortplanten, en meer en meer wordt duidelijk dat we ook niet de enigen zijn die denken, voelen, rouwen en spelen. Onderzoek naar schimmels laat zien dat ze een geheugen hebben. Dat levert zulke vreemde uitkomsten op dat ons idee van wat een geheugen precies is en hoe het werkt, moet worden bijgesteld. Ontdekkingen over de intelligentie van anderen veranderen het beeld van onze eigen intelligentie.

Peuterpuberteit

We zijn aan het ontdekken dat we niet het centrum van het universum zijn. Dat is een soort peuterpuberteit en die gaat gepaard met boosheid, onvrede en verdriet. Veel ouders weten de remedie: behalve onvoorwaardelijke liefde heeft de peuter ook duidelijke regels nodig. En zo kom je bij rechtvaardigheid.

Als je erkent dat ook niet-menselijk leven écht leeft, zal dat in het recht zijn beslag moeten krijgen. Als een boom meer is dan brandstof voor in de kachel, dan moeten we onderzoeken hoe we de boom als subject kunnen zien; als individuen in een groep die samen het bos mogelijk maken. Het sterkst beschermde recht in onze beschaving is het eigendomsrecht: bezit wint. Als je dan een bos eigenaar maakt, zul je een boom moeten kopen vóórdat je hem mag kappen.

Als je een bos een bos laat zijn, of een rivier een rivier, dan vraagt dat ook om verdraagzaamheid. Er zitten namelijk ook wolven in het bos en een rivier kan overstromen. Je moet de rivier echt een plek gunnen. Vanuit welbegrepen eigenbelang, maar ook vanuit respect voor de rivier. Vanuit ontzag voor krachten die groter zijn dan wij en vanuit het inzicht dat wij ervan afhankelijk zijn.

Vooruitstruikelen

Het is slecht gesteld met onze verdraagzaamheid voor dingen die we niet goed kunnen controleren. Op hoog abstractieniveau zie je het klimaatbeleid vooruitstruikelen, en op microniveau is het soms nog erger. Media berichten over ‘terrorbuizerds’ die gewoon hun nest verdedigen tegen menselijke indringers. Bomen worden gekapt vanwege ‘pluisjesoverlast’. Dat je daarmee hittestress verergert, waardoor met name oude mensen eerder komen te overlijden, speelt in de verhitte gesprekken over kleverig spul op autoruiten geen rol.

Journalisten brengen de boosheid meedogenloos in beeld, en bestuurders die klagende burgers ‘nee’ verkopen worden erom verketterd. We menen ten onrechte overal recht op te hebben. De effecten zijn duidelijk. We zijn op veel plekken in korte tijd 80 procent van de insecten kwijtgeraakt, en de langetermijntrends zijn zo mogelijk nog ongunstiger.

We hebben grote moeite met matigheid. Delen betekent: niet alles nemen. Beroemd is de theorie van de helft: als je de helft neemt en de helft aan de natuur laat, doe je het goed. In het groot uitgewerkt door de vermaarde bioloog Edward Wilson in zijn theorie van de halve aarde, op kleiner schaalniveau uitgewerkt door botanist Robin Wall Kimmerer als honorable harvest (‘eerzame oogst’): pluk niet meer dan de helft. In onze hang naar ‘efficiency’ nemen we altijd alles, met kaalslag als gevolg. Het is om moedeloos van te worden.

Dieren-rijk en mens-dom

En precies dat moet je niet doen. Want er is altijd hoop. Hoop is iets anders dan het holle optimisme waarmee we in Nederland gewend zijn geraakt serieuze problemen weg te lachen. Hoop is realistisch. De natuur is oneindig creatief. Elke plant- en diersoort heeft een eigen strategie bedacht om te overleven. In de natuur zie je strijd, maar ook samenwerking. We spreken niet voor niets over het dieren-rijk en het mens-dom. Natuur stuurt op creativiteit en overvloed. Paddenstoelen maken miljoenen, zo niet miljarden sporen. En als de omstandigheden goed zijn, vormen ze een zwamvlok. Vissen leggen duizenden eitjes. Dus als het water weer schoon wordt, keren min of meer vanzelf de vissen terug. Als je stopt met het systematisch uitroeien van predatoren, komen ze vroeg of laat het land binnenlopen. Er is altijd hoop. En dat is de essentie van geloof.

Op plekken waar we natuur op intelligente wijze hebben hersteld, gebeuren verrassend mooie dingen. Hoogveen herstelt zich, bossen knappen op, en vooral in gebieden met rivieren en beken kan het snel gaan. Die zijn immers van nature gewend aan verandering. Daarom is uitsterven de ultieme zonde. Dat is definitief: het doodt hoop.

Van internetpionier Marleen Stikker leerde ik ooit dat je realiteitsmensen en mogelijkheidsmensen hebt – en dat je ze allebei nodig hebt. Tussen die twee typen woont geloof. Je ziet de ellende die je tot wanhoop drijft, én door geloof word je op het spoor van de hoop gezet. De zeven deugden zijn verbonden.

Gevederde vrolijkheid

Om onze verbinding met de natuur te herstellen hebben we nieuwe rituelen nodig. Of oude die we in een nieuw jasje steken. Er is bijvoorbeeld helemaal niets mis met dankbaar zijn voor het voedsel dat je gegeven wordt. Gezondheidswetenschappers weten dat tuinieren, naast wandelen, zo ongeveer het allerbeste is wat je kunt doen voor lijf en geest. Maar we hebben een gezondheids­industrie die niet bezig is met voedsel, en een voedselindustrie die niets heeft met gezondheid. Doorbreek dat, ga tuinieren en wees dankbaar voor de vogels die je tuin bezoeken. Een puttertje is gevederde vrolijkheid. Sta stil. Maak contact. Gooi koffieprut op je bedje aardbeien en ontvang later de suikers als een gift.

De herstellende initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond en overal zijn initiatieven waar je aan mee kunt doen. Vier de natuurwerkdag, een jaarlijkse dag voor vrijwillige ‘groene’ klussen, waar je samen in staat gesteld wordt iets terug te geven aan het landschap waar je van leeft. Voel de zachte beukenblaadjes in het voorjaar en laat je veroveren door mildheid. Neem deel aan nachtelijke overzetacties waarbij je duizenden padden en salamanders van een brute dood redt. Laat je vervoeren.

Als je ergens een beverburcht ontdekt en je denkt: hoe gaaf zou het zijn om nu een bever te zien? – en je ziet er een, dan is het behalve toeval ook een betekenisvolle ervaring. Er is iets voorgoed veranderd. De plek zal nooit meer hetzelfde zijn.

Als je op een zomeravond op een bospad in een staarwedstrijd met een das terechtkomt, is dat een bijzondere ontmoeting met een andere intelligentie, hoewel mijn arrogantie me doet denken dat dassen altijd een beetje dommig overkomen. Maar toch: deel, dank en geef. Neem waar, word onderzoeker. Stap in het wonder en laat je leiden. Natuurherstel gaat niet alleen over herstel van milieucondities en populaties. Behalve over controle, gaat het ook over herstel van een betekenisvolle relatie tussen mensen en hun natuurlijke leefomgeving.

Sander Turnhout (1974) is strategisch adviseur van SoortenNL, kennisnetwerk van wilde planten en dieren. Hij is gepromoveerd op natuurmonitoring en schreef onder meer Dan staat het gras als liefde, waarin hij verkent wat er nodig is om een toekomst voor de natuur en onszelf veilig te stellen.