Problemen onder jongeren stijgen al jaren.

REPORTAGE

Kaya Bouma Volkskrant, 6 januari 2024

Van somberte en eenzaamheid tot zelfbeschadiging: de psychische problemen onder jongeren stijgen al jaren. Wat is er aan de hand?

Opeens is het stil in de spreekkamer van schoolpsycholoog Boukje Theeuwes. Eerder waren de vier vriendinnen tegenover haar nog nauwelijks te verstaan. Hikkend van het lachen, struikelend over hun woorden, probeerden ze uit te leggen waar hun vriendschap om draait: eten.

Om de donuts die ze samen halen bij de Dunkin’ Donuts. De softijsjes, de loempia’s en al het andere wat ze thuis in de kast opduikelen. Rosalie: ‘Een rondje wandelen doen we ook wel hoor jongens.’ Silke: ‘En dan lopen we naar de Albert Heijn, om eten te halen.’

15 jaar zijn ze. Ze zitten samen in mavo 4 van het Lucent College in Hilversum. Het zijn doodnormale scholieren met beugels en acne. De één in een pluizige gebreide trui met rommelige paardenstaart, de ander strak gekapt met nepwimpers en een tongpiercing.

Niet zorgenvrij

Dit zijn niet de scholieren om wie Theeuwes zich zorgen maakt, al zijn ze ook niet zorgenvrij. Juist daarom heeft de schoolpsycholoog ze gevraagd met de Volkskrant om tafel te gaan. Zij kunnen een eerlijk beeld geven van wat er speelt onder meisjes, is de gedachte.

En dan valt dus die stilte. Of ze zelf weleens bij een psycholoog zijn geweest, was de vraag. ‘Ja’, klinkt het zacht, vanaf de ene kant van de tafel. Vanaf de andere kant: ‘ja’.

Dat het niet goed gaat met een deel van de jongeren is bekend. Slaapproblemen, eenzaamheid, stress, somberte: op alle fronten zien onderzoekers de mentale problemen van tieners en jongvolwassenen de laatste jaren groeien – een ontwikkeling die al ver voor de coronacrisis werd ingezet en nog altijd niet tot een halt is gekomen.

Wie zich verdiept in de cijfers en zorgwekkende rapporten ziet dat er telkens één groep uitspringt: meisjes en jonge vrouwen. Zij worden op bijna elk vlak het hardst geraakt.

Piekeren

De ‘sterke daling’ van mentale gezondheid die de afgelopen twintig jaar plaatsvond onder jongeren ‘is bij meisjes veel sterker dan bij jongens’, constateerden onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Trimbos instituut deze zomer in het voorwoord van een groot scholierenonderzoek.

Bijna de helft (47 procent) van de ondervraagde meisjes op de middelbare school zei in 2022 bijvoorbeeld veel te piekeren, snel angstig te zijn en zich vaak ongelukkig te voelen. Vijf jaar geleden gold dat nog voor minder dan één op de drie meisjes (29 procent). Bij jongens gaat het respectievelijk om 14 en 9 procent.

Of neem deze verontrustende cijfers: het aantal tieners tussen de 13 en 17 jaar dat doelbewust een overdosis medicijnen (vaak paracetamol of ibuprofen) neemt, is de afgelopen twee jaar flink toegenomen.

Concreet: in 2022 kreeg het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) 37 procent meer meldingen van artsen en hulpverleners over jongeren die doelbewust een overdosis medicijnen innamen dan in 2020. In totaal ging het om ruim 1.400 meldingen.

‘Er kan sprake zijn van een zelfmoordpoging’, schrijven de onderzoekers in een rapport dat deze zomer verscheen, maar ook van een schreeuw om hulp ‘of het verlangen rust in het hoofd te krijgen’. Weer geldt: het slikken van een overdosis medicatie komt in veruit de meeste gevallen (84 procent) voor bij meisjes.

Anorexia

Ook anorexia – de dodelijkste psychiatrische ziekte – komt de afgelopen decennia steeds vaker voor bij Nederlandse meisjes tussen de 10 en 14, bleek onlangs uit onderzoek. Over de gehele bevolking was er in diezelfde periode geen stijging te zien.

De nieuwste cijfers: de afgelopen tien jaar steeg het aantal meisjes en jonge vrouwen dat werd opgenomen op de eerste hulp omdat ze zichzelf verwond hadden of een poging tot suïcide gedaan hebben met bijna 50 procent (van circa vierduizend jonge vrouwen in 2013 naar zesduizend in 2022).

Onder mannen van alle leeftijden en vrouwen van boven de 30 was in diezelfde periode geen stijging of daling te zien.

Het aantal suïcides onder tieners en jongvolwassenen steeg de afgelopen decennia ook langzaam maar zeker. Het lijkt de uitzondering op de regel: zelfdoding komt vooral vaak voor bij jonge mannen (zie kader) – een gegeven dat duidelijk maakt dat er ook reden is tot zorg om jongens en jonge mannen.

Nederland is niet uniek. Ook in andere westerse landen – de VS en het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, maar ook België – staat de mentale gezondheid van jongeren onder druk. Ook daar komen meisjes en jonge vrouwen het meest in de knel.

Wat is er aan de hand?

Therapie

Rosalie, Gwen, Cato en Silke kijken niet op van de cijfers. Ze herkennen het beeld. Deels bij zichzelf. Piekeren, onzeker zijn, zich somber voelen: dat overkomt ze alle vier weleens.

Twee van de vier vriendinnen kregen psychische hulp. In het geval van Silke was dat een eenmalige afspraak met een psycholoog op initiatief van haar ouders, omdat er ‘iets’ speelde thuis. Zelf vond ze dat onnodig. ‘Ik heb nergens last van.’ Bovendien: ‘Ik vind het niet fijn om over mijn gevoelens te praten.’

Gwen volgde jarenlang verschillende vormen van therapie. Als kind heeft ze iets naars meegemaakt. Daarna begonnen haar angstklachten. ‘Ik durfde bijna nergens heen. Dan kreeg ik buikpijn, werd ik ziek, ging ik hyperventileren.’ Het gaat inmiddels veel beter, zegt ze. Haar laatste paniekaanval was anderhalf jaar geleden.

Maar meer nog herkennen ze de problemen bij meisjes en jonge vrouwen in hun directe omgeving. Ze vertellen over familieleden die obsessief met hun gewicht bezig zijn. Goede vriendinnen die zichzelf beschadigen. Die problemen hebben impact op hoe zij zich voelen, zeggen de meisjes. Steeds die zwaarmoedige verhalen in gesprekken en appjes. ‘Soms kan dat voor mij ook te veel zijn.’

Co-ruminatie

Eén van de vier vriendinnen vertelt over die keer dat een (andere) goede vriendin haar in vertrouwen nam. Ze beschadigde zichzelf al langer, maar nu ging het zo slecht dat ze suïcide overwoog.

‘Toen ben ik naar mijn ouders gegaan’, zegt het meisje dat haar naam niet genoemd wil hebben als het over dit incident gaat. Ze wil voorkomen dat haar vriendin wordt herkend. ‘Ik dacht: als je jezelf iets aandoet, loop ik ermee rond, dat ik dat wist.’ Haar ouders informeerden de school. Schoolpsycholoog Theeuwes is op de hoogte van de situatie.

Het is één mogelijke verklaring waarom vooral meisjes gebukt gaan onder mentale klachten: meisjes zijn, meer dan jongens, geneigd tot ‘co-ruminatie’, ofwel: ‘het excessief bespreken van zorgen, problemen en negatieve emoties zoals angst, woede of somberheid’. Dat kan zorgen voor meer emotionele verbondenheid, maar het kan ook bijdragen aan mentale problemen.

Een sluitende verklaring is er niet. Niet voor de groeiende psychische problemen onder jongeren en niet voor de specifieke zorgen over meisjes. Onderzoekers en behandelaren hebben wel ideeën over wat er aan de hand zou kunnen zijn. Die verklaringen overlappen vaak: ze gelden voor alle jongeren, maar mogelijk extra voor meisjes.

Zorgen

Een veel genoemde verklaring: jongeren gaan gebukt onder de grote problemen van deze tijd. De krapte op de woningmarkt, de opwarming van de aarde, de oorlogen in Oekraïne, en in Israël en de Gazastrook.

Het valt op bij de meisjes die binnenkomen, zegt Inge van Balkom, directeur van jongeren-ggz-instelling Jonx. ‘Zij maken zich vaak grote zorgen over de toekomst: ‘Het klimaat gaat naar de filistijnen, en kan ik ooit nog een huis betalen?’’

Nog een veelgenoemde verklaring: de prestatiesamenleving. Jongeren van nu zouden meer dan vroeger het gevoel hebben dat ze het op alle vlakken goed moeten doen.

Op school, op de voetbalclub, op sociale media, ‘overal spiegelen jongeren zich aan anderen’, zegt de Amsterdamse hoogleraar Arne Popma, hoofd van de afdeling voor kinder- en jeugdpsychiatrie van het Amsterdam UMC en voorzitter kinder- en jeugdpsychiatrie bij de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

‘De impliciete boodschap: je moet het fantastisch doen in al die leefwerelden. Lukt dat niet, dan is er maar één schuldige: jij.’

Sociale media verhogen die druk, vermoedt Popma. Vooral meisjes zijn er gevoelig voor. Dat is niet, zoals vaak wordt gedacht, omdat meisjes van nature onzeker zijn, zegt de hoogleraar. Het is vanwege de manier waarop ze van jongs af aan benaderd worden.

Rode draad

Meisjes krijgen vaker dan jongens complimenten voor hoe netjes en secuur ze werken, hoe keurig ze zich gedragen. Kleuren ze toch buiten de lijntjes, dan grijpen ouders en leraren sneller in. ‘Bij jongens wordt vaker gedacht: ach, dat is nou eenmaal jongensgedrag.’

Meisjes ervaren ‘veel vaker dan jongens stress van huiswerk, stress van verwachtingen van ouders en leraren, en stress rondom hun toekomst’, concludeerden onderzoekers van (onder andere) de Universiteit Utrecht in 2022.

Jongeren van nu zijn mogelijk ook minder goed bestand tegen druk, zegt de Utrechtse kinderen- en jeugdpsychiater Floortje Scheepers.

Scheepers is hoogleraar innovatie in de ggz en hoofd van de afdeling psychiatrie van het UMC Utrecht. Op de kinder- en jeugdafdeling ziet ze jongeren met ernstige gedragsproblemen, depressies en eetstoornissen. ‘De ergste groep.’ Maar in de verhalen die deze jongeren vertellen, herkent ze een rode draad: brede, maatschappelijke ontwikkelingen waar alle jongeren mee te maken hebben.

Zo is de opvoedstijl van ouders de afgelopen decennia veranderd. Hoewel ouders van nu beter met hun kinderen kunnen praten dan vroegere generaties – positief voor mentale gezondheid – staat daartegenover dat ze meer moeite hebben met grenzen stellen.

Meer te kiezen

Scheepers: ‘Het krijgen van kinderen is een bewuste keuze geworden. Ouders hebben het idee dat het alleen maar leuk en geweldig moet zijn, en vinden het lastig nee te zeggen.’

De Leidse hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Robert Vermeiren wijst op het feit dat jongeren nu meer te kiezen hebben. ‘Vroeger ging de hele familie naar dezelfde middelbare school. Er stond veel vast over bij wie je hoorde en wat je later als beroep ging doen.’

Dat jongeren nu meer keuzevrijheid hebben is positief, zegt Vermeiren, maar na een ‘overbeschermde’ kindertijd waarin ouders zoveel mogelijk hobbels en obstakels wegpoetsen voor hun kinderen, zijn tieners niet altijd bestand tegen de ‘tsunami van vrijheid’ die op ze afkomt.

Nog een maatschappelijke ontwikkeling die mogelijk meespeelt, zegt Scheepers: medicalisering. ‘Het inschakelen van professionele hulp is bijna normaler geworden dan het inschakelen van familie of vrienden.’ Dat hangt samen met een ‘doorgeschoten cultuur van maakbaarheid’, zegt ze. ‘In plaats dat ouders eerlijk vertellen: die van mij zijn ook weleens lastig, zeggen ze: misschien moet je je kind eens laten testen.’

‘Ik was zwaar depressief’, besluit Silke een verhaal over een jongen die een roddel over haar verspreidde. ‘Ik lag de hele tijd in bed. Ik at niets en ik was gewoon verdrietig.’

Therapietaal

Depressief. In het gesprek met de vier vriendinnen uit Hilversum valt het woord geregeld. Ze zijn depressief van de winter, depressief van hun schoolwerk. Cato: ‘Wij houden van overdrijven. Depressief betekent somber bij ons.’

Het is typisch voor de therapietaal die – via sociale media als TikTok – gangbaar is geworden onder jongeren en jongvolwassenen. De vier vriendinnen in Hilversum praten met hetzelfde gemak over ‘triggers’ en ‘PTSD’(post-traumatic stress disorder, oftewel: posttraumatische stressstoornis), als over lastige leraren en schoolexamens.

Ook dat kan een mogelijke verklaring zijn van de toegenomen mentale problemen onder jongeren en meisjes in het bijzonder: ze praten meer en makkelijker over psychisch welzijn dan vorige generaties. Het is denkbaar, zegt Popma, dat jongeren bij vragenlijstonderzoeken nu, eerder dan vroeger, invullen dat ze ongelukkig zijn of veel piekeren.

‘Daar staat tegenover dat we ook harde cijfers zien waaruit blijkt dat meisjes en jonge vrouwen bijvoorbeeld vaker naar de spoedeisende hulp moeten omdat ze zichzelf hebben beschadigd’, zegt de kinder- en jeugdpsychiater. ‘Dat is een signaal dat er wel degelijk iets aan de hand is.’

Medicalisering, therapietaal, de toegenomen prestatiedruk, keuzestress: het kán allemaal een rol spelen, beamen de vriendinnen uit Hilversum. Maar vraag het viertal wat hun verklaring is van de toegenomen problemen bij meisjes en ze wijzen naar hun telefoons.

Sociale media

In een ideale wereld, zeggen Cato, Gwen en Rosalie, zouden ze géén telefoon hebben. Omdat ze liever samen iets doen dan urenlang door TikTok dwalen. Vanwege ‘de depressieve dingen’ die ze daar zien, meisjes die zichzelf uithongeren of beschadigen. Het gepest en geroddel.

En vooral: omdat je jezelf er eindeloos kunt vergelijken met anderen. ‘Al die mooie bikinipost’s op Insta’, zegt Cato. ‘Ik denk dat veel meisjes daar onzeker van worden.’

Hoewel jongens daar ook last van kunnen hebben – Cato: ‘onder een foto van een jongen met dunne benen schrijven mensen ook: moet je die stokjes zien’ – zijn ze over het algemeen minder gevoelig voor commentaar én krijgen ze er ook minder van, denken de vriendinnen.

Silke: ‘Jongens kunnen meer maken. Ze zitten met hun hand in hun broek en denken daar niet bij na. Als een meisje dat zou doen, zou ze vies aangekeken worden.’

Zijn sociale media inderdaad de boosdoener?

Spiegelen

De wetenschap is er nog niet over uit. ‘Jongeren verschillen nou eenmaal van elkaar’, zegt Patti Valkenburg, hoogleraar media, jeugd en samenleving aan de Universiteit van Amsterdam. Het gevolg: gemiddeld genomen hebben sociale media weinig impact op het welzijn van jongeren.

Wie inzoomt, ziet iets anders. Bij grofweg 10 procent van de jongeren hebben sociale media een positieve invloed op hun welzijn, blijkt uit onderzoek van Valkenburg. Ze worden blij van wat ze tegenkomen op sociale media, ze doen er vriendschappen op of onderhouden er hun contacten.

Maar bij ongeveer 10 procent hebben sociale media juist een negatieve invloed: deze jongeren worden er eerder jaloers, somber of gestresst van. Die laatste groep – omgerekend zo’n 100 duizend Nederlandse jongeren, becijferde Valkenburg – is vaak toch al kwetsbaar. Omdat ze gepest worden, of omdat ze geneigd zijn zichzelf (overmatig) te spiegelen aan anderen.

Dat verklaart overigens niet het verschil tussen jongens en meisjes. Meisjes brengen gemiddeld meer tijd door op sociale media. Toch is tot nu toe niet wetenschappelijk aangetoond dat ze extra kwetsbaar zijn voor de negatieve impact daarvan, zegt Valkenburg.

Veelzeggend: alle deskundigen die de Volkskrant sprak voor dit stuk wijzen naar sociale media. Neem alleen het pesten, zegt Bas Oude Ophuis, kinder- en jeugdpsychiater in het UMC Utrecht. ‘Vroeger hield dat op als je het schoolplein afliep, nu gaat het online door. Als je pech hebt ook ’s nachts.’

Risico

In de VS maakt het hoofd van de publieke gezondheidsdienst, Vivek Murthy, zich inmiddels zoveel zorgen over de impact van sociale media op de mentale gezondheid van jongeren, dat hij in mei een alarmerend rapport uitbracht.

Volgens hem zijn er ruim voldoende aanwijzingen dat sociale media op z’n minst een groot risico vormen, bijvoorbeeld op een depressie, eetstoornis of een laag zelfbeeld – vooral bij tienermeisjes. Ter vergelijking: dit soort rapporten zette de publieke gezondheidsdienst in het verleden in om Amerikanen te waarschuwen voor de negatieve gevolgen van roken, of dronken rijden.

In Nederland geldt sinds januari het ‘dringende advies’ van het kabinet aan scholen om geen mobieltjes meer toe te laten in het klaslokaal. Op het Lucent College in Hilversum zijn telefoons in de klas nu niet meer toegestaan.

Het maakt voor de mentale gezondheid van jongeren weinig verschil, zeggen de vier vriendinnen. Want het problematische aspect – oeverloos vergelijken – vindt thuis plaats. Cato: ‘Op school ga je niet zitten scrollen en die onzekerheid voelen.’

Oplossingen

Wat is dan wel de oplossing? Schoolpsycholoog Boukje Theeuwes denkt dat jongeren beter beschermd zouden moeten worden tegen wat ze tegenkomen op sociale media. ‘Ik denk niet dat je van een kind of tiener kunt verwachten dat ze de gevolgen van hun gedrag op TikTok kunnen overzien. Bij roken en vapen denken we toch ook niet dat jongeren het zelf wel regelen?’

Daar wordt in Europa aan gewerkt. Zo wil het Europees Parlement trucs die sociale media verslavend maken (bijvoorbeeld de mogelijkheid om eindeloos door te scrollen) verbieden.

We moeten bovendien ‘onze doorgeschoten cultuur van maakbaarheid’ aanpakken, zegt jeugdpsychiater Scheepers. ‘We hebben een beeld gecreëerd van de samenleving waarin alles perfect moet zijn en anders zoek je een professional die het moet fixen.’

Over de auteur
Kaya Bouma schrijft voor de Volkskrant over psyche, brein en gedrag. Ook schrijft ze over de geestelijke gezondheidszorg.

*

*

GENDERPARADOX: ZELFDODING KOMT VAKER VOOR ONDER JONGE MANNEN

Zelfdodingen komt bij jongeren minder vaak voor dan bij oudere leeftijdsgroepen, maar het aantal suïcides in die groep stijgt de laatste decennia wel gestaag, blijkt uit een analyse van 113 Zelfmoordpreventie.

Omdat absolute cijfers niet alles zeggen (in dezelfde periode steeg immers de totale bevolking van Nederland ook), geven cijfers over de ‘incidentie’ – hoe vaak suïcide voorkomt binnen een bepaalde bevolkingsgroep – het betrouwbaarste beeld.

Van elke honderdduizend Nederlandse vrouwen tussen de 20 en 30 jaar, maakten in 2002 ruim 4 jonge ­vrouwen een einde aan hun leven. In 2022 ging het om 7 vrouwen. Bij jonge mannen steeg de incidentie in diezelfde ­periode van bijna 12 naar 14 suïcides per honderdduizend inwoners.

In absolute cijfers: in 2022 overleden 308 Nederlandse tieners en jongvolwassenen (tot 30 jaar oud) door suïcide. Ter vergelijking: in datzelfde jaar werden er 142 mensen vermoord.

Dat zelfdoding vaker voorkomt bij jonge mannen dan bij jonge vrouwen is opvallend, want (jonge) vrouwen zijn vaker depressief en doen vaker een suïcide­poging, zegt Saskia Mérelle, senior onderzoeker bij Stichting 113 Zelfmoordpreventie.

Een mogelijke verklaring voor die ‘genderparadox’, is dat mannen vaker gewelddadige methoden gebruiken om een einde aan hun leven te maken en vrouwen eerder ‘zachtere’ (zoals een overdosis medicatie), aldus Mérelle. Zij kunnen vaker gered worden.

Stress, somberte, eenzaamheid: met deze psychische problemen kampen jongeren

Slapeloosheid: in 2022 zei 22 procent van de jongeren (12 tot 25 jaar) de afgelopen twee weken slaapproblemen te hebben gehad. In 2017 was dit 14 procent.

Ook het aantal jongeren met psychische klachten (onder meer: somber, neerslachtig, zenuwachtig) verdubbelde in die tijd: van 8 procent, naar 16 procent, blijkt uit hetzelfde CBS-onderzoek.

Waren 18 tot 25-jarigen in 1997 nog de gelukkigste leeftijdsgroep (91 procent was naar eigen zeggen gelukkig), in 2021 waren ze het minst gelukkig (81 procent).

In dezelfde periode verdrievoudigde de druk die scholieren ervaren van hun schoolwerk.

In 2012 was een kleine 40 procent van de 18- en 19-jarigen ‘matig tot sterk’ eenzaam, tien jaar later gold dat voor nagenoeg de helft.