Lisboa

Hij speelt niet goed

Maar wel verbazend mooi

Het feest dat ’s avonds laat begint

Is voor de eeuwenoude wijk

Alfama danst haar eigen dans

Op het ritme van de levensvreugde

Gemengd met het Portugese leed.

*

 De buurt verzamelt op het plein

Vrouwen zingen, mannen springen

En plots pakt zij een microfoon

Het dansen stopt, er wordt geklapt

Haar zang is diep en echt

Recht uit haar treurig hart

Een fado die al eeuwen klinkt.

*

Zacht zingt Alfama mee

Een half uur lang, niet lang genoeg

Ik wil geen eind aan deze nacht

En als ze stopt gaat men ter tafel

Schalen Bacalao, goedkope vis

Groente, brood en aguardente

*

En terwijl men eet klinkt weer opnieuw

De fado van haar wondermooie stem

Mijn wens vervult, ik kan niet weg

Maar hoor er ook niet bij

Een vreemdeling onopgemerkt

Lisboa, stad van passie armoe en geluk,

Stad vooral van mensen

Waarvan ik even deel mag zijn.