Hij is voor nationalisme. En voor multiculturalisme. De Vlaamse moraalfilosoof Patrick Loobuyck verenigt opvattingen die doorgaans botsen.
Lodewijk Dros. Trouw, 10 maart 2025
Nationalisme is een rechtse hobby. Wie warme gevoelens voor de multiculturele samenleving heeft, is juist links. Maar waarom eigenlijk?
Loobuyck is een combinatiedenker. Het is een term die Loobuyck liefkozend gebruikt. Combinatiedenken is het tegelijkertijd overwegen van verschillende, wellicht schurende ideeën. In zijn boek In de ban van Wij en Zij legt de Vlaamse moraalfilosoof Patrick Loobuyck omstandig uit waarom bepaalde opvattingen aan de ene of de andere kant van het politieke spectrum terecht zijn gekomen, en waarom het zo moeilijk is om uit dat schema los te breken. “We zijn onuitroeibaar geneigd bij een stam te horen, we zijn rabiate wij-zij-denkertjes, dat zit biologisch in ons verankerd.”
Daar wil Loobuyck zijn lezerspubliek uit losweken, bijvoorbeeld door groepsgevoel positief te duiden. Maar de eerste tweehonderd bladzijden gaan toch vooral over de hardnekkigheid van het wij-zijdenken.
Is het wel mogelijk daar iets aan te veranderen?
“Het is niet mijn bedoeling om de mensen plat te slaan, wel om ze erg bewust te maken van een mechanisme dat heel diep in onze menselijke natuur zit en ons denken aanstuurt. Ik vind dat we wat kunnen winnen bij een ander perspectief, voor ons eigen zoeken naar kennis en betekenis in de wereld, maar ook maatschappelijk gezien.
“Kijk, er is niets mis met wat stamgedrag. Als je supporter van een voetbalclub bent is het fijn, anders is er niks aan. Maar het kan met ons op de loop gaan, dan krijg je hooliganisme, ook in het publieke debat. Wat ik wil aantonen is dat onze politieke standpunten en opinies gestuurd worden door tribale mechanismen. Vaker dan dat we eigenlijk denken.”
Loobuyck wijst op de meerwaarde van pluralisme, van een baaierd aan opvattingen en inzichten ‘die de democratie verrijkt’. “Dat nodigt ons, burgers, uit om tolerant te zijn, respect te hebben voor andersdenkenden, te luisteren naar elkaar. Dat kan bijna niet als je maatschappij affectief gepolariseerd is.”
Als anderen aversie oproepen, ligt het afserveren – cancelen – om de hoek. Loobuyck waarschuwt daartegen. De mode om van universiteiten safe spaces (veilige ruimtes’) te maken, waar sprekers met mogelijk kwetsende gedachten worden geweerd, wijst de Gentse hoogleraar af. “Universiteiten horen brave spaces (‘moedige ruimtes’) te zijn, plaatsen waar je tolerantie leert voor andere ideeën, die je iets kunnen leren wat je zelf niet had gezien, of niet kon zien.”
Uw biotoop, de universiteit, biedt niet alle ruimte voor de door u bepleite vrije oordeelsvorming.
“Nee. Mijn collega Andreas De Block van de KU Leuven schreef in Is links gewoon slimmer? (2023) dat academici in Nederland en België overwegend links-progressief zijn.” De Block analyseerde de politieke oriëntatie van onderzoekers en hoogleraren; het ene domein bleek linkser te zijn dan het andere.
Hoe viel dat boek?
“Bij linkse academici niet zo goed. Ze vonden die politieke voorkeur niet zo’n probleem. Ik wel. Het leidt namelijk, zeker in de mens- en sociale wetenschappen, makkelijk tot eenheidsdenken, groepsconformisme dat zichzelf niet bevraagt en kan leiden tot zelfcensuur en discriminatie van andersdenkenden. Ook academici hebben namelijk een tribale instelling die schreeuwt om tegenspraak. Daarom hecht ik aan ideologische diversiteit.”
Dat is best lastig. Cancelen is in. In Nederland kon de Israëlische cabaretier Yohay Sponder niet optreden, omdat hij te pro-Israël zou zijn, de Tweede Kamer weigerde de toegang aan VN-rapporteur Francesca Albanese omdat ze anti-Israël zou zijn. Ik had ze graag allebei gehoord.
“U hoeft dat niet te fluisteren. U bent een combinatiedenker.” Het is een term die Loobuyck liefkozend gebruikt. Combinatiedenken is het tegelijkertijd overwegen van verschillende, wellicht schurende ideeën. Onomstreden is het niet. “Als je kiest voor een van beiden, ben je fout volgens de andere partij, wil je ze allebei horen, dan ben je slap, of je heult met de machthebber. Toch is dit de enige manier om uit de kampen te komen, te horen wat voor zinnige dingen ze zeggen in beide kampen.”
Loobuyck luistert liefst naar alle stemmen, ook die van mensen met wie hij het hartgrondig oneens is. Dat suggereert dat de professor een verbinder is, maar dat pakt niet altijd zo uit, bleek vorig jaar.
U bent belijdend atheïst en verdedigde de rooms-katholieke kerk.
“Dat was naar aanleiding van Godvergeten, de documentaire over seksueel misbruik in de rk kerk. Daarover was, en terecht, veel verontwaardiging. Maar dat ging bij opbod, ik proefde groepspolarisatie. De kerk werd gedemoniseerd, en dat is een signaal van eenheidsdenken. Waar bleef de veelstemmigheid?
“De discussie ging over ‘waarom is er nog katholiek onderwijs? Waarom betalen wij de lonen van de priesters?’ Dat zijn prima vragen, ik meng me daar graag in, maar de aanleiding deugde niet, want alle redelijkheid was eruit, alles draaide om blinde verontwaardiging, niemand mocht meer zeggen dat de kerk de laatste tien jaar echt haar best deed tegen misbruik, dat het niet een uitsluitend verderfelijk instituut is. Ik bracht dat naar voren. Het was lang geleden dat ik nog eens zo’n ruzie had.”
Om de veelkeurigheid van inzichten recht te doen, kiest Loobuyck voor combinatiedenken. Zo omarmt hij zowel nationalisme, wat doorgaans wordt geassocieerd met rechts en conservatief, en multiculturalisme, een liefdeskind van links en progressief.
“Nationalisme creëert een groepsgevoel, wat noodzakelijk is voor een land. Een welvaartsstaat heeft solidariteit nodig, en dus gevoel voor wat ons tot natie maakt.
“Dat gevoel kan anderen, zoals migranten, uitsluiten, maar het kan ook inclusief zijn. Ik pleit voor een verlicht patriottisme, niet de vaderlandsliefde van de patriotten van Europa van Orbán en Wilders, maar een sfeer waarin anderen zich welkom voelen en daarin kunnen integreren. Het probleem van rechts is dat het nationalisme star definieert, alsof het onveranderlijk is. Maar de identiteit van een land wordt gevormd door alle mensen binnen de grenzen, ja, ook door moslims.”
Loobuyck haalt een interview aan dat de ook in Nederland bekende viroloog Marc Van Ranst tijdens de covid-crisis gaf. “Een journalist vroeg wat die moslims gingen doen met hun ramadangebruiken tijdens een lockdown, dan zoeken ze elkaar op tijdens iftars en zo. Op tv reageerde Van Ranst zo: ‘Uiteraard is de ramadan een belangrijke periode voor een groot deel van onze mensen’ en somde daarna de maatregelen op.
“Hij had het niet over ‘die moslims’ alsof dat geen Vlamingen zijn, maar zei ‘onze mensen’. Met die twee woorden veroverde hij de harten van veel jonge allochtonen.”
Zelf vindt Loobuyck dat nieuwkomers wat rugwind mogen krijgen om te integreren, een zetje om mee te doen. “Mijn vrouw is lerares en op haar school is een avond voor alle ouders, met spaghetti. Met rundvlees, stond er op de uitnodiging. Dat leverde gemor op van Zwarte-Pietachtige proporties: de móslims moesten zich aanpassen, niet zij, het was islamisering, sousmission! [onderwerping]. Terwijl er niets meer gebeurde dan dat iedereen zich welkom mocht voelen, dat is een uitgangspunt van onze samenleving.”
Combinatiedenken is geen relativisme, alsof het niet uitmaakt wat je denkt. Loobuyck trekt een heldere morele grens – hij is ten slotte ethicus. Zo veroordeelt hij het ‘onverdoofd slachten door joden en moslims’ als ‘verkeerd begrepen multiculturalisme’. Ook meent hij dat de overheid niet mag toelaten dat ‘sommige chassidische joden en conservatieve moslims hun kinderen seksuele voorlichting onthouden’.
Over het dragen van hoofddoeken bent u minder beslist.
“Historisch is het een teken van onderdrukking, tegenwoordig vinden islamitische studentes het een feministisch statement.”
Hij is er dus nog niet uit. Zoals hij ook niet goed weet wat hij van sociale media moet vinden. Van kernenergie. Van decriminalisering van drugs. Van de impact van AI.
Het is typisch voor combinatiedenker Loobuyck. “We horen bij elk incident onze mening al klaar te hebben, en dat kunnen we door onze groepsverbondenheid. Ook over kwesties waar we eigenlijk niet zoveel van afweten. We denken al snel te weten hoe het zit en sluiten ons af voor wat anderen nog in te brengen zouden hebben.
“Als combinatiedenker pleit ik voor de schone deugd van het geduld. En voor omzichtige taal. Het is makkelijk om grote woorden te gebruiken voor anderen. Racist. Woke. Terroristenknuffelaar. Antisemiet. Door die morele stigmatisering gaan de stekels rechtop gaan en is de luisterbereidheid nul. Laten we liever kleine woorden kiezen.”
Grote woorden doen het beter in het meningencircuit.
“Ja, mijn boodschap is in het publieke debat niet erg populair. Als je fel voor dit of tegen dat bent, dan word je uitgenodigd aan de talkshowtafels. Politici doen dat goed, zij leven van het wij-zijdenken en de emoties die ze daarmee voeden. Hun boodschap verkoopt.
“Ik kies voor intellectuele bescheidenheid, sexy is het niet. Hopelijk worden meer burgers onsexy.”