Psychologische problemen, eenzaamheid, sombere gevoelens
Trouw. Willem Jan van Klinken
Honderd jaar geleden verscheen het boek De gelukkige klas van Theo Thijssen, behalve schrijver ook schoolmeester in Amsterdam. In dat boek houdt hij als meester Staal een dagboek bij over de belevenissen van zijn leerlingen en zijn mijmeringen over de omgang met hen. Ondanks de armoedige omstandigheden waarin de kinderen opgroeien, lijkt er geen sprake te zijn van een collectief diepgevoeld ongeluk.
Mijn naam is geen Staal en ik werk ook niet in het basisonderwijs. Maar ik ben wel een schoolmeester en ik werk elke dag met kinderen. En met die kinderen gaat het niet zo goed.
Kort na de eerste coronagolf had ik voor de eerste keer een tot dan toe ongebruikelijk soort gesprek, met een jongen. Coen was zijn naam, atheneum zijn niveau. Veel in zijn mars, maar nu als een bloem in de knop gebroken. Tijdens corona, tijdens die eindeloze uren thuis, had hij veel nagedacht en met name de zinloosheid ervaren. Hoe het vuur opnieuw te ontsteken?
Vooral de meisjes zijn ongelukkig
We leven honderd jaar na het boek van Theo Thijssen en de conclusie is onmiskenbaar: voor ons zit een ongelukkige klas. Met name de meisjes in die klas zijn ongelukkig. Het kost me weinig moeite om er gezichten bij te zien. Naast mijn werk als conrector geef ik Nederlands aan twee klassen havo vier en in gedachten laat ik hen voor mijn geestesoog de revue passeren, met al hun bagage. Die bagage is niet mis, vaak zwaar, én dat gaat me aan het hart.
In 2000 ontving ongeveer een op de 27 jongeren jeugdhulp. In 2023 was dat bij jongeren onder de achttien jaar een op de zeven! Vroeger ging het dus om één leerling per klas, nu zijn dat er gemiddeld drie. Waar voorheen op bedekte wijze verlof gevraagd werd voor een bezoek aan de psycholoog, schaamt een leerling zich daar momenteel totaal niet meer voor.
Aangezien al die mentale malheur ook een kostenplaatje heeft, is het op zijn minst merkwaardig dat dit onderwerp niet vaker het nieuws haalt. Gemeenten waren in 2023 gezamenlijk meer dan zeven miljard kwijt aan jeugdzorg, een verdubbeling ten opzichte van 2016.
Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk is Dewi, een meisje dat niet goed in haar vel zit. Haar vriendinnen zochten me op omdat ze zich zorgen maakten over haar. Niet gewoon zorgen, maar veel zorgen. Ze had laten doorschemeren dat het voor haar allemaal niet meer hoefde.
Zoektocht naar onszelf
Dit soort geluiden zijn voor mij en veel van mijn collega’s rode vlaggen, zeker sinds december 2023. Destijds verdween onze leerling Yoran Krol plotseling. Zijn fiets werd als onheilspellend signaal op de Gorinchemse brug (de brug over de Merwede/A27) gevonden. Het vermoeden bestaat dat Yoran in een opwelling van somberheid en troosteloosheid van de brug is gesprongen. In de kerstvakantie vond de grootste (vergeefse) zoektocht ooit plaats in Nederland naar zijn lichaam. Na die bewuste vakantie begon voor een deel van de school, zijn vrienden en vriendinnen en collega’s, een zoektocht naar onszelf.Quote van Willem Jan van Klinken – Conrector en docent.
Praten blijkt moeilijk. Jongeren zetten een filmpje op TikTok met depressieve muziek en hashtags als #mentalhealth.
Willem Jan van KlinkenConrector en docent
Dus nam ik de vriendinnen van Dewi zeer serieus. Nadat ik ’s avonds haar en haar moeder had bezocht, was mij duidelijk dat ze hulp nodig had om haar leven weer op de rails te krijgen. Alleen, de huisarts had het druk en voor de psycholoog gold een wachtlijst van minimaal zes weken.
Zo krijgen de cijfers over de mentale gesteldheid van jongeren voor ons op school met grote regelmaat een concreet gezicht. Als deze ontwikkeling zich doorzet bestaat straks een substantieel deel van de bevolking uit mensen met mentale problemen, die zich toch staande zullen moeten houden in de maatschappij.
Hoogste aantal psychologen ter wereld
Hoogleraar en psychiater Floortje Scheepers vertelde vorig jaar in haar Preek van de Leek dat Nederland het hoogste aantal psychologen per hoofd van de bevolking ter wereld heeft. Hoe komt dat? Waarom voelt zo’n groot deel van met name het jongere deel van onze bevolking zich zo slecht?
In een onlangs verschenen advies geeft de Onderwijsraad verklaringen. Zo worden welzijnsproblemen vaker ‘gemedicaliseerd’. Ze zijn niet langer geaccepteerd als iets wat bij een bepaalde levensfase hoort, maar worden geduid als individueel medisch probleem. De aanpak ervan komt te liggen bij een zorgprofessional, waarmee behandelen van psychische ziektes (de eigenlijke taak van de ggz) veranderd is in bevorderen van mentaal welzijn.
Nog een verklaring: de drempel om over mentale problemen te ‘praten’ wordt steeds lager. Dat lijkt positief, in campagnes wordt opgeroepen dit vooral te doen, maar ik zie ook een keerzijde. Praten in het echt blijkt voor veel jongeren namelijk moeilijk. Het uiten van gevoelens gaat niet zelden als volgt: jongeren zetten een filmpje op TikTok met depressieve muziek en quotes en hashtags als #mentalhealth.
Waar je het voorheen voor je hield als je niet lekker in je vel zat, laat je nu aan heel de wereld zien dat het slecht met je gaat. Dit kan ertoe leiden dat een ander denkt: met mij gaat het ook niet zo goed, waarop een soortgelijk bericht wordt geplaatst en het lijkt alsof het met heel veel jongeren slecht gaat. Terwijl het in deze filmpjes vaak ‘gewoon’ puberleed betreft. Het gewone wordt ineens een echt probleem.
En dan heb ik het nog niet eens over de inflatie waaraan woorden onderhevig zijn die een verlaagd mentaal welbevinden aangeven. Psychisch leed wordt kortom steeds lastiger te wegen.
Nadruk op het ‘ik’ maakt eenzaam
In een recent rapport over de ‘hypernerveuze samenleving’ geeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving nog een aantal aanvullende verklaringen. Eén daarvan is het geïnstitutionaliseerd individualisme. In de maatschappij ligt de nadruk steeds meer op het ‘ik’ en steeds minder op het ‘wij’. Dit leidt tot een afname van het gevoel dat je ergens bij hoort, wat kan uitmonden in een gevoel van eenzaamheid.
Ook de toegenomen prestatiedruk van ouders en de sociale omgeving speelt een rol; een herkenbaar verschijnsel in het onderwijs, waarvan vooral meisjes last lijken te hebben. En dan is er ook nog de constatering dat iedereen de hele dag ‘aan’ staat; er is nauwelijks ruimte meer voor rust.Quote van Willem Jan van Klinken – Conrector en docent.
Op mijn school geldt sinds ruim een jaar een telefoonverbod – thuis of kluis; hadden we jaren eerder moeten doen
Willem Jan van KlinkenConrector en docent
Dit laatste heeft veel te maken met een factor die in de genoemde onderzoeken nauwelijks aan bod komt, maar zeker van invloed is op het geestelijk welzijn van jongeren: de telefoon. In Generatie angststoornis zet de Amerikaanse onderzoeker Jonathan Haidt uiteen hoe rampzalig de komst van de smartphone in 2010 is (geweest) voor de ontwikkeling van het geestelijk welzijn van met name jongeren.
Op zijn boek is kritiek geweest, omdat Haidt de smartphone ziet als Grote Boosdoener van alle problematiek. Toch zijn de cijfers die hij aanhaalt onmiskenbaar alarmerend. Veelvuldig smartphonegebruik leidt tot meer depressie, meer automutilatie, meer zelfdodingen, minder contact in het echte leven, minder tijd met vrienden en vriendinnen.
In het toilet stiekem op de telefoon
Haidt spreekt van ‘the Great Rewiring’, de grote herbedrading, waarbij het brein van kinderen anders wordt aangelegd dan tot op heden het geval is. Het effect daarvan merk ik dagelijks. Op mijn school geldt sinds ruim een jaar een telefoonverbod (thuis of kluis; hadden we jaren eerder moeten doen). Met name meisjes zitten desondanks in het toilet stiekem op hun telefoon te kijken.
Misschien nog wel erger: de diepe concentratie is weg. We hebben een ander soort kind voor ons gekregen. In de klas vertaalt zich dat in een korte spanningsboog en een vorm van apathie. Waar mijn collega’s en ik vroeger kinderen voor ons hadden die vragen stelden en meededen is er nu meer sprake van zenden dan van interactie.
Het streven naar vrijheid wordt anarchie
Deze hele problematiek op school valt vanuit een breder kader te bezien. Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging onderscheidt in zijn boek Archeologie van goed en kwaad een trendbreuk met de grote Europese traditie waaruit wij voortkomen. Die grote trendbreuk is volgens hem gekomen met de Verlichting, die gevolgd werd door de Romantiek.
Kinneging onderscheidt daarbij drie begrippen: vrijheid en gelijkheid (vanuit de Verlichting) en het Ik met een hoofdletter (sinds de Romantiek). De beroemde dichtregel van Willem Kloos vat het perfect samen: ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten en zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon’. De zogenaamde vrijheid die gepropageerd wordt, is namelijk geen vrijheid, zegt Kinneging, maar een carte blanche voor anarchie. Want die vrijheid suggereert dat je zelf vrij bent om te bepalen wat goed is en wat kwaad, omdat dat twee subjectieve begrippen zijn geworden.
Die ongelimiteerde vrijheid heeft niet alleen een oneindige keuze tot gevolg, maar ook een fear of missing out. De gedachte iets te missen is voor een puber een tantaluskwelling die uiteindelijk leidt tot een ongelukkig mens. Het is niet voor niets dat meisjes op het toilet stiekem op hun telefoon kijken, want zij geven eerlijk aan dat dat nodig is om bij te blijven: ‘Stel je voor dat ik wat mis, meneer!’Quote van Willem Jan van Klinken – Conrector en docent.
Leerlingen hebben moeite met het erkennen van gezag. De mate waarin dat gebeurt is ongekend.
De gelijkheidsgedachte heeft volgens Kinneging welhaast religieuze vormen aangenomen. Zozeer zelfs dat we bijna niet meer af kunnen van het idee dat werkelijk iedereen en alles gelijk is, met de daaraan verbonden rechten. Wij stappen daarmee af, zegt hij, van de natuurlijke ordening in de dingen. Alle samenlevingen kennen een vorm van ordening, en dat is niet gek, want die geeft structuur.
De gelijkheid heeft op school tot gevolg dat een leerling moeilijk gezag erkent. Dat is iets van alle tijden, maar de mate waarin dat vandaag de dag gebeurt is ongekend. We maken op school steeds vaker zelfbepalend gedrag mee. Een leerling (of ouder!) meent te bepalen welke keuzes er gemaakt kunnen worden, zoals het bezoeken van het toilet tijdens de les, het plannen van rijlessen, vakanties onder schooltijd en de juistheid van de correctie (tot aan het examen aan toe).
Ouders klimmen in de mail om verhaal te halen
Al helemaal herkenbaar in het onderwijs is de toegenomen aandacht voor de ontplooiing van het Ik. In zijn eerdergenoemde boek merkt Haidt een merkwaardige paradox op: ouders zijn overbeschermend geworden in het echte leven, maar schenken hun kinderen ondertussen ongelimiteerde vrijheid in de digitale wereld. Die overbescherming heeft vele gedaanten: kinderen worden bij het minste vermoeden van een regenbui naar school gebracht, ziek gemeld en bij onvoldoendes klimmen ouders in de mail om verhaal te halen.
Een blik op de verzuimcijfers illustreert dit. We hebben op onze school de cijfers van 2018/2019 vergeleken met 2024/2025 en de uitkomst was schokkend. Het verzuim bleek in enkele jaren tijd vijf keer hoger te liggen, bij een vergelijkbaar leerlingenaantal. Er wordt meer gespijbeld, maar met name het aantal ziekmeldingen blijkt schrikbarend gestegen – verzuim dat door de ouders gedekt wordt. Tegelijk zien we een toename in het aantal leerlingen dat aangeeft een laag mentaal welbevinden te hebben. Al die vrijheid, gelijkheid en aandacht voor het Ik hebben geen gelukkiger kinderen opgeleverd, integendeel.
Het onderwijsbeleid helpt in dit geval niet mee. Het is gericht op efficiëntie; onderwijs moet nut hebben en een leerling zo snel mogelijk (lees: onvertraagd) aan een diploma helpen om daarmee de arbeidsmarkt te kunnen betreden. Er blijft daardoor weinig aandacht over voor menswording. Een school is vrij om een vak als levensbeschouwing aan te bieden, maar het is niet verplicht.
Doe die telefoon weg en ontmoet leeftijdsgenoten
De grote vraag is natuurlijk hoe dat stuwmeer aan ellende omgezet kan worden in energie en veerkracht. Daarvoor zijn er op drie niveaus oplossingen. De eerste is dat de wetgever overgaat tot een verbod op sociale media onder de zestien jaar, liefst gekoppeld aan een minimumleeftijd voor het hebben van een smartphone. Voor veel andere zaken die een gevaar vormen voor de (geestelijke) gezondheid is die wetgeving er al (drugs, alcohol, suiker).
Het tweede niveau betreft het schoolniveau. In het eerdergenoemde rapport van de Onderwijsraad wordt gesteld dat school, hoewel vaak gezien als bron van mentale ellende, veeleer een oplossing daarvan kan zijn. Op school ontmoet je namelijk andere mensen, leeftijdsgenoten.
Het is niet voor niets dat Jim van Os, hoogleraar psychiatrie, zegt dat ‘er overweldigend bewijs is dat als je in psychisch lijden zit, er één ding is dat altijd nodig is om eruit te komen en dat is: een ander mens’. Hij gebruikt IJsland als voorbeeld, waar therapie in groepsvorm wordt gedaan en niet zoals hier individueel.
Scholen zouden daarnaast meer aan zingeving kunnen doen, stelt de Onderwijsraad. Voor scholen gebaseerd op religieuze grondslag ligt hier uiteraard een kans, omdat die aanpak al ingebed zit in de aard van de school.Quote van Willem Jan van Klinken – Conrector en docent.
Het zou helend werken als ouders zouden besluiten om hun kinderen weer zelf het leven te laten ontdekken
Willem Jan van KlinkenConrector en docent
In het boek De gelukkige klas wordt nog een andere nuttige invalshoek gekozen. Meester Staal mijmert over ‘zijn’ kinderen als hij hen moet opgeven voor de Franse les. Hoe kan die Franse les de kinderen helpen om hen van dienst te laten zijn in de maatschappij? Even later vraagt hij zich af hoe hij een kind cultuur bij kan brengen. Als onderwijzer wil hij zijn leerlingen vooruithelpen (het verheffingsideaal), maar ook – indachtig de klassieke oudheid – leren van betekenis te zijn in de maatschappij.
Leer kinderen dat ze sterk genoeg zijn om tegenslagen te overwinnen
Ten slotte is er het niveau van het individu. Het zou helend werken als ouders zouden besluiten om hun kinderen weer zelf het leven te laten ontdekken. Dat betekent dat ouders hun kinderen moeten stimuleren zelf het gesprek aan te gaan na een onvoldoende, dat kinderen best zelf naar school kunnen fietsen door de regen, dat ruzies via WhatsApp best zelf uitgepraat kunnen worden in het echte leven, zonder dat ouders zich daartegenaan bemoeien, of dat je ook zelf met een trainer kunt praten als de teamindeling je niet bevalt.
Kinderen moeten leren dat ze zelf sterk genoeg zijn om tegenslagen te overwinnen. Dat betekent: accepteer dat vrijheid gelimiteerd is, dat aan rechten ook plichten verbonden zijn en dat gelijkheid zonder het erkennen van gezag een lege huls is. Ouders menen het met de beste bedoelingen als ze de woordvoerders van hun kinderen zijn, maar zien niet altijd in dat ze het tegenovergestelde teweegbrengen.
We willen allemaal dat onze kinderen gelukkig zijn en worden. Dat is voor elke ouder zo en geldt ook voor hen aan wie die kinderen zijn toevertrouwd. We zijn alleen uit het oog verloren dat geluk geen geëffend pad is, maar een tegelpad met scherpe randen. We moeten kinderen leren vallen en opstaan, niet het pad bewerken. Juist de kou van de winter doet ons verlangen naar de zomer, het donker naar het licht.
Leraar, geen zielzorger
Als we dat geluk kunnen terugvinden, is er geen reden om somber te zijn. Dat is een moeilijke zoektocht, ook voor ons, als onderwijzend personeel. Want wat moet je doen? Je bent leraar, geen zielzorger. Tegelijkertijd ben je mens tussen de mensen en zeker als mentor is hun vreugde jouw vreugde, maar hun verdriet ook jouw verdriet. We hebben op onze school extra vertrouwenspersonen aangesteld, we hebben themabijeenkomsten georganiseerd en we geven aandacht aan het feit dat praten helpt.
Maar, al onze inzet ten spijt, het voelt als dweilen met de kraan open. De gedachte dat kinderen veerkrachtig zijn, houdt de hoop levend. De Coen uit het begin van mijn verhaal vond uiteindelijk ook de lol in het leren weer terug. Het was voor zijn examen toch nog even spannend, maar toen de uitslag eenmaal binnen was, stapte hij mijn kamer binnen: ‘Ik zei het toch, meneer’, en met een grote grijns, ‘alles komt goed!’
