Ik hou van jou


Waarom werd in de generatie geboren rond 1950 zo zelden tegen een
geliefde gezegd: ik hou van jou


Dat er in de generatie van rond 1950 (de vroege babyboomers) zelden “ik hou van
jou” werd gezegd, had vooral te maken met een cultuur van nuchterheid,
plichtsbesef en overlevingsdrang. Liefde werd in die tijd niet uitgesproken, maar
getoond door daden.


De belangrijkste redenen op een rij

  • Naoorlogse opbouw en soberheid: De jeugd van deze generatie stond in
    het teken van de wederopbouw. Hard werken en niet zeuren stonden centraal.
    Voor ‘sentimenteel’ taalgebruik was simpelweg geen ruimte.
  • Daden boven woorden: Liefde bleek uit loyaliteit, dienstbaarheid en zorg.
    Een man toonde zijn liefde door voor brood op de plank te zorgen; een vrouw
    door het huishouden en de zorg voor de kinderen. Dat was de ultieme
    liefdesverklaring.
  • Sociale controle en verzuiling: Het dagelijks leven werd sterk bepaald door
    de kerk en de sociale klasse. Relaties waren vaak praktischer en gebaseerd
    op traditie, stabiliteit en het stichten van een gezin, minder op individuele
    romantische zelfontplooiing.
  • Taalbarrière voor emoties: De taal om diepe, persoonlijke emoties te
    bespreken was simpelweg nog niet ingeburgerd in het normale gezinsleven.
    Woorden als “ik hou van jou” werden destijds vaak als overdreven, theatraal of
    ‘Amerikaans’ (uit Hollywoodfilms) gezien.
  • Generatie-overdracht: De ouders van deze generatie hadden de trauma’s
    van de Tweede Wereldoorlog of de crisisjaren meegemaakt. Zij hadden
    geleerd hun emoties te onderdrukken om te overleven. Dit emotionele
    minimalisme gaven zij bewust of onbewust door aan hun kinderen. [1]
    Pas met de culturele revolutie van de late jaren ’60 en ’70, en later met de komst van
    de psychologisering in de maatschappij, verschoof de focus naar vrijheid, introspectie
    en open communicatie