Het energievraagstuk.

*

Nederland leek de laatste jaren hard te gaan op het gebied van groene energie. Te hard blijkt nu.

De energietransitie is niet alleen een kwestie van bouwen van veel windmolens en/of grote hoeveelheden zonnepanelen op daken of op stukken landbouwgrond. Ook niet van het stoppen met gasboringen en het overschakelen van gas op electriciteit. Ook niet van het vervangen van alle auto’s die op fossiele energie rijden door electrische auto’s.

Energietransitie vereist een gedegen all-inclusive plan waarbij alle op elkaar inwerkende aspecten van de energietransitie in de juiste volgorde in gang worden gezet. Met de daarbij behorende aanpassingen van wet- en regelgeving en tot nu heersende rechten, plichten en monopolies van energie- en netwerkbedrijven. Waarbij voortvarend en met hoge urgentie de nodige werkzaamheden tot uitvoering worden gebracht.

We hebben het aan de diverse bestaande marktpartijen overgelaten om hun aandeel te leveren in de transitie zonder dat er een sluitend draaiboek ligt over coördinatie en tempo van de verschillende inspanningen. Met als gevolg een stagnatie in het aantal aanvragen voor zonnepanelen, een haperende verkoop van electrische auto’s en ernstige problemen als gevolg van netcongestie.

Om met dat laatse te beginnen: netcongestie is een probleem dat er niet hoeft te zijn als we een gecoördineerde aanpak hanteren. Om te beginnen zijn er genoeg daken van huizen, kantoren en fabrieken om met zonnepanelen grote hoeveelheden zonne-energie op te wekken. Omdat er momenten zijn dat er veel zon is en momenten met weinig moet je die energie niet allemaal direct aan het net leveren maar deels opslaan in batterijen. Als in woonwijken alle daken voorzien zijn van zonnepanelen kan de daarmee opgewekte stroom per wijk opgeslagen worden in een wijkbatterij die de betreffende wijk van stroom voorziet. Van de eigen stroom, zonder dat die eerst naar het net gaat en dan “teruggekocht” moet worden door de bewoners die de stroom zelf geleverd hebben. Het geeft tevens de mogelijkheid tot voldoende oplaadpunten voor electrische auto’s in de wijk. Er zullen dan nog momenten zijn dat het stroomverbruik de capaciteit van de wijkbatterij overstijgt, maar daarvoor is dan nog steeds de nu al aanwezige stroomvoorziening van de energiebedrijven.

Deze op zich logische aanpak komt echter niet of nauwelijks van de grond. Energiebedrijven hebben geen belang bij wijkbatterijen omdat ze dan geen rol meer spelen in het gebruik van de door de zonnepanelen opgewekte stroom. Die gaat immers rechtsreeks naar de wijkbatterij en wordt door de wijkbewoners zonder tussenkomst van de energiemaatschappij weer gebruikt. Daar verdient de enrgiemaatschappij dus niets aan en die zal deze oplossing dan ook zeker niet promoten. Liever zetten ze nu in op windparken op zee. Daar is voorlopig nog ruimte en er is geen vertraging door bezwaren van omwonenden. Hooguit wat milieuorganisaties of de scheepvaart en visserij, maar meestal is de bouw al begonnen voordat een bezwaar van die kant behandelt wordt.

Van een andere orde is de bouw van steeds meer en steeds grotere windturbines. De vaak terechte bezwaren daartegen worden al snel geplaatst in de hoek van de milieuproblematiek-ontkenners of ze worden weggezet als oprisping van Nimby’s. Waarom is die drang zo groot om windturbines neer te zetten op plaatsen waar dit zeer storend is voor mens en omgeving?

Gemeenten hebben zich vastgelegd op een bijdrage aan de energietransitie in de vorm van zonne- of windenergie. Daar kan een gemeente het snelst en goedkoopst aan voldoen door een stukje grond te verpachten aan een energiemaatschappij die er dan één of meer windturbines op zet. Het stimuleren van zonnepanelen op de daken van huizen van individuele huizenbezitters kost een gemeente te veel tijd en menskracht, dus liever de makkelijke oplossing van windturbines. De gemeente heeft dan op papier voldaan aan de bijdage die ze moet leveren aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Maar energiemaatschappijen zijn particuliere commerciele bedrijven. Die hebben weinig boodschap aan bezwaren tegen de windturbines. Ook al zijn er betere en minder storende oplossingen maar waaraan de energiemaatschappij minder kan verdienen. Hierop moet daarom een niet private landelijke coördinatie komen.

Dan nog even over netcongestie: Het voorzien van zonnepanelen voor hele wijken en daarbij het realiseren van wijkbatterijen zorgt ervoor dat energie niet meer in pieken en dalen op het net komt. Een flink deel van de energie blijft in de wijk en komt rechtstreeks terug naar de bewoners/producenten. Wat nog wel geregeld moet worden is de verplichting zoals die er nu is aan de netbeheerders om energieaanbieders altijd aan te sluiten op het net. Ook al heeft een energiemaatschappij een windturbinepark midden op de hei gebouwd omdat de grond daar goedkoop was. Daar moeten we dus vanaf. De overheid moet weer de regie in handen nemen van waar wel en waar niet energieparken komen. Dat komt waarschijnlijk neer op het overnemen van de energievoorziening door de overheid. En dat wordt ook hoog tijd. Want energie is van en voor ons allemaal en mag niet in handen blijven van private op winst gerichte internationale energiegiganten.