Daniela Hooghiemstra.
In 1937 vond in de NSB een revolte plaats. Een klein groepje radicale Blut und Boden-fascisten probeerde ‘den Leider’, Anton Mussert, die zij veel te week en burgerlijk vonden, van de troon te stoten. De coupplegers werden ontmaskerd en uit de beweging gezet. Een van de revolterende NSB’ers was Willem van der Goes van Naters (1897-1944, red.), een broer van de adellijke sociaaldemocraat Marinus van der Goes van Naters (1900-2005, red.), ‘de rode jonker’.
‘Marinus was bekend. De oud-fractievoorzitter van de PvdA is tijdens zijn leven honderden keren geïnterviewd. Hij gold de tweede helft van de vorige eeuw als orakel van de sociaaldemocratie. Tot op hoge leeftijd – hij is 104 geworden – zag hij er niet tegenop om snijdende quotes over zijn partijgenoten te leveren. Maar nooit sprak Marinus over zijn broer Willem, ‘de zwarte jonker’.
‘In 1938, een jaar na de mislukte coup binnen de NSB, emigreerde Willem met zijn gezin uit bewondering voor Adolf Hitler naar Duitsland. Diep in de oorlog kwam Willem als officier bij een tribunaal van de Wehrmacht in het Italiaanse Rubiera terecht. Daar kwam hij op 21 april 1944 door een pistoolschot om het leven. Zelfmoord, werd gezegd. In zijn memoires wijdde Marinus één cryptische zin aan hem. ‘Door psychische reacties op mijn moeder’, schreef hij, ‘is mijn broer geëindigd aan de verkeerde kant.’
In die zin zat een dubbele boodschap verstopt.
‘Ja, Marinus, ontdekte ik, bedoelde er twee dingen mee: de verkeerde morele kant, uit de oorlog, maar ook de seksuele ‘verkeerde’ kant. Iedereen moest in de 20ste eeuw een gewone burger worden, ook aristocraten als Marinus en Willem. Voor hen was dat extra moeilijk omdat ze, hoewel ze trouwden en kinderen kregen, óók van mannen hielden. Dat was destijds strafbaar.’
De ene broer sprong met zijn geheim behendiger om dan de ander.
‘Handig jonglerend met de paradox, koos Marinus voor de sociaaldemocratie. Strevend naar zuiverheid liet Willem zich meeslepen in de masculiene verbeelding van het nationaalsocialisme. Met fatale gevolgen.’Quote van .
‘Eigenlijk vraag je dan dus: ‘Zeg, bent u de zoon van die fascist?’ Ik hield er rekening mee dat hij zou zeggen: ‘Bent u nou helemaal gek geworden?’
Hoe heeft u Willem opgegraven?
‘Ik heb zijn zoon gebeld, Jaap van der Goes van Naters, geboren in 1934. Eigenlijk vraag je dan dus: ‘Zeg, bent u de zoon van die fascist?’ Ik hield er rekening mee dat hij zou zeggen: ‘Bent u nou helemaal gek geworden?’ Maar hij zei heel vriendelijk: ‘Kom maar langs.’’
Waarom deed hij dat?
‘Jaap was 10 jaar oud toen Willem stierf. Toen zijn moeder, hij en zijn twee broers en twee zusjes twee jaar na de bevrijding na een lange zwerftocht uit Duitsland terugkeerden in Nederland, werd over de oorlog zoveel mogelijk gezwegen. Over zijn ‘begraven vader’ wilde hij zelf ook meer te weten komen. We hebben veel gepraat, gaandeweg doken uit alle hoeken en gaten brieven en dagboeken op.
‘‘Sinds enige tijd ben ik van plan om voor de kinderen mijn ideeën over het vermoedelijke hoe en waarom van de dood van onze lieve paps op te schrijven’, schreef Jaaps moeder, Mieke von Zeppelin, die haar man en zijn fascistische ideeën was gevolgd, in januari 1945 in haar dagboek. Ze vond er alleen ‘de rust, de concentratie en de moed’ niet voor.’
Willem voelde zich als jongen een ‘socialist’, net als zijn broertje Marinus, alleen streefde hij geen materieel of maatschappelijk, maar een spiritueel heil na.
‘Wat hij in ieder geval niet wilde zijn, was conservatief of elitair. ‘Bourgeois’ vond hij een scheldwoord. Net als Ernst Jünger en Thomas Mann raakte hij in de ban van de romantiek van kameraadschap, de heroïek van de strijd. Op 1 maart 1934 werd hij met een ‘krachtige en enthousiaste rede’ benoemd tot groepsleider van de NSB in Apeldoorn. Toen Marinus dat in de krant las, kookte hij van woede. Hij schreef aan zijn broer dat zij elkaar voorlopig voor het laatst hadden gezien: ‘Bij een groepsleider van de NSB kan ik niet in huis komen, snap je.’
Willem vluchtte in 1938 naar Duitsland. Wat hoopte hij daar te vinden?
‘Het was een vlucht uit de burgerlijke werkelijkheid van Nederland, waarin hij was vastgelopen. Willem, een zachtmoedige man die van muziek en sprookjes hield, vond in het fascisme een vorm om een echte man te zijn. Hij was ‘stamhouder’, maar had nooit ergens in uitgeblonken. Hij hield van zijn vrouw en kinderen, maar worstelde met homo-erotische gevoelens. In Duitsland werden mannelijkheid en kameraadschap geësthetiseerd, geërotiseerd en vergoddelijkt, alles ten dienste van Hitlers Duizendjarige Rijk. Willem liet zich daardoor betoveren.’
In hoeverre speelde antisemitisme een rol?
‘Joden muntten uit in wetenschap en het bedrijfsleven, en daar hadden de Van der Goesen respect voor. Vader Aert koos partij vóór Dreyfus en Marinus schreef begin jaren dertig een lofzang op het Joodse volk. Maar Willem onderstreepte in zijn exemplaar van Mein Kampf met rood potlood antisemitische passages. De zwakke, ‘halve’ Jood werd tot tegenpool gemaakt van de Germaanse oermannen bij wie hij zo graag wilde horen. Maar of Willem de Joden echt ‘haatte’, betwijfel ik. Van zijn zoon begreep ik dat hij er thuis nooit over sprak.’
In Duitsland vond ook een kruistocht tegen ‘ontaarding’ plaats.
‘Je mocht geen ‘mietje’ zijn. Die tegenstelling van kracht en droom was de ultieme nazistische paradox. Ernst Röhm, de openlijk homoseksuele leider van de SA, werd op 30 juni 1934 vermoord tijdens de Nacht van de Lange Messen. Aanvankelijk was zijn zedelijke anarchie door Hitler – die zelf ook het liefst onder mannen was – vergoelijkt. Maar toen onthullingen in de pers burgers wantrouwig maakten, werd besloten tot een ‘zedelijke schoonmaak’ die hem en talloze andere SA’ ers het leven kostte.’
Thomas Mann, zelf ook worstelend met zijn homoseksualiteit, kon zich niet voorstellen dat na de Nacht van de Lange Messen iemand Hitlers ‘antihumane, op tragedie en bloedvergieten verzotte, schaamteloze’ beweging nog zou steunen. Maar Willem kon dat dus wel?
‘Ja, hij geloofde na die nacht juist vuriger dan ooit dat Hitler het heil naar de aarde bracht. Hij viel voor een leider die mannen zoals hij vermoordde. Een fascinerend gegeven. Willem wilde bij de Germaanse strijders horen, maar werd afgekeurd voor het Oostfront. Toen hij eenmaal werd aangenomen voor het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK), hulptroepen voor het transport en de bevoorrading van het Duitse leger, stond hij te huilen toen hij afscheid moest nemen van zijn vrouw Mieke. Uiteindelijk werd hij Gerichtsführer, behandelaar van tuchtzaken, en kwam hij in 1944 terecht bij een Wehrmacht-tribunaal in het Italiaanse Rubiera.
‘Ik ben in zijn kantoor geweest. In het souterrain van het gebouw sliepen honderden jonge soldaten. Himmler beval vanaf 1943 om harder op te treden tegen homo’s. Nota bene Willem moest hen straffen. Een onmogelijke situatie. Mijn these is dat zijn aard hem in de problemen heeft gebracht. ‘Vermoedelijk’, schreef zijn broer Marinus vijf jaar na Willems dood in een brief, ‘heeft men hem gedwongen om zelfmoord te plegen.’
Marinus gaf in zijn memoires de schuld aan hun moeder.
‘Ja, heel freudiaans. Cornélie Boddaert was een bemoeizuchtige vrouw, die haar zoons overheerste. Ze stamde uit een verdwenen sprookjeswereld van Zeeuwse patriciërs, die in de 17de eeuw rijk waren geworden met slavenhandel en scheepvaart. Geboren op het Walcherse landgoed Schoonenburg werd ze als 9-jarig meisje wees. Ze trouwde op haar 25ste met advocaat Aert van der Goes uit Nijmegen. Een goede partij, al stond hij niet in het rode boekje van de adel – pas na 1914 mocht hij zich ‘jonkheer’ noemen.
Cornélie en Aert lieten in 1904 aan de rand van Nijmegen een art-nouveaustadskasteel bouwen. Aert was zeer succesvol als een van de eerste bedrijfsadvocaten van het land. Cornélie was gewend aan personeel en snapte niet waarom haar man altijd zo hard werkte. Ze wilde ook liever schattige dochtertjes dan ruwe zonen. Willem verweet haar dat ze van hem een meisje had willen maken.’
Marinus beweerde dat hij een betere ‘afweer’ tegen haar had dan hij.
‘Marinus was de slimste van de twee. Vanwege zijn frêle gestel werd hij ‘Dup’ genoemd, naar de deksel van een teer porseleinen potje. Hij vluchtte niet in soldatenheroïek maar in romantische literatuur, dweepte met Willem Kloos en Frederik van Eeden.
‘Maar hij was ook avontuurlijk, bleef overeind bij het mannencorps in Leiden, werd een uitstekende jurist en ging werken op het advocatenkantoor van zijn vader. Hij trouwde in 1924 met een intellectueel burgermeisje, Antje van der Plaats, die hij Anneke noemde, en kreeg kinderen met haar.’
Maar ook hij viel op mannen.
‘Zijn eerste liefde was Pyke Koch, de latere kunstenaar, die ook fascist werd. Daarna kreeg hij een romantische vriendschap met schoolgenoot Herman Wiardi Beckmann, die ‘Stuuf’ werd genoemd. Samen droomden ze op het Nijmeegse gymnasium weg bij het revolutionaire vuur van Pieter Jelles Troelstra, dat vader Aert van der Goes verafschuwde. Marinus gaf later wel toe dat ze eigenlijk niet één arbeider kenden.’
Van der Goes en Wiardi Beckmann werden de angry young men van de SDAP.
‘Toen burgerlijke academici het na Troelstra’s ‘revolutie’ in de partij voor het zeggen kregen, ging de rode loper uit. Wiardi Beckman werd leider van partijkrant Het Volk en senator, Marinus werd in 1937 Kamerlid. Als advocaat was hij in 1934 naar Essen gereisd om de gearresteerde Nederlandse vakbondsman Henk Spansier bij te staan. Toen had hij aan den lijve ondervonden wat dictatuur betekende: willekeur, rechteloosheid, onmenselijkheid. Vanaf dat moment werd die rechtsstaat voor hem het criterium. Marinus vocht als socialist voor de vrijheid van het individu.’
Vlak na de Duitse inval, in oktober 1940, werd Marinus met een honderdtal andere leden van de politieke en intellectuele elite – onder wie Willem Drees en Simon Vestdijk – door de Duitsers gegijzeld als ‘Todeskandidat’ bij represailles.
‘Ze werden naar Buchenwald gestuurd. Een jaar later werd de groep overgeplaatst naar het Groot Seminarie in Haaren en in 1942 naar een kamp in Sint-Michelsgestel. De notabelen hadden daar een uitzonderingspositie: veel vrijheid, redelijke voeding. Ze hielden lezingen voor elkaar en maakten zich sterk voor een politieke doorbraak, het slechten van de zuilen na de oorlog. In het kamp kon Marinus zijn homoseksualiteit verder ontdekken. Hij kreeg relaties met mannen, onder meer met de historicus Pieter Geyl.’
En Wiardi Beckmann?
‘Stuuf ging in het verzet. Toen hij door koningin Wilhelmina gevraagd werd naar Londen te komen, werd hij gepakt op het strand van Scheveningen, waar hij door Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje, zou worden opgehaald. Uiteindelijk kwam hij in het concentratiekamp in Dachau terecht, waar hij in maart 1945, een maand voor de bevrijding, bezweek aan vlektyfus. Dachau ligt 60 kilometer van Wasserburg am Inn, het idyllische bergdorpje waar Willem van der Goes met zijn gezin het grootste deel van de oorlog doorbracht…’Quote van .
‘Pas toen ik doorkreeg welk probleem hij had met zijn ‘aard’, kon ik met hem meevoelen’
Wanneer besloot u om een dubbelbiografie van beide broers te schrijven?
‘Toen ik merkte dat ik Willem door Marinus kon begrijpen, en vice versa. Je moet toch een beetje houden van je hoofdpersoon – en dat kostte me bij Willem moeite. Ik walgde van de antisemitische passages die hij onderstreepte in zijn exemplaar van Hitlers Mein Kampf. Pas toen ik doorkreeg welk probleem hij had met zijn ‘aard’, welk misverstand er tussen hem en de wereld bestond, kon ik met hem meevoelen.’
Had u ook mededogen met Marinus?
‘Nee, hij was beter in staat om zijn zaakjes te regelen. De sociaaldemocratie was een prachtig voertuig voor hem om zijn eigen weg te zoeken. Hij bevrijdde zichzelf op een manier die de rest van Nederland pas in de jaren zestig ontdekte. Zijn vrouw gunde hem zijn ‘Griekse vrienden’, al lees je in haar brieven naar het kamp tussen de regels door dat ze sterft van jaloezie. Aan de andere kant: Marinus verleidde Anneke óók, hij hield echt van haar.’
Vond u het lastig om u als vrouw in deze twee mannen te verplaatsen?
‘Ik ben anders gaan kijken naar mannenliefde. Kan ik twee broers die zichzelf niet zo noemen – Oscar Wilde sprak van ‘the love that dare not speak its name’ – wel ‘homoseksueel’ noemen? In de Volkskrant sprak Adriaan van Dis onlangs over zijn ‘fluïde seksualiteit’. Dat vind ik een mooi woord. De hang naar vaste categorieën is een typisch burgerlijk fenomeen uit de moderne tijd. Maar Marinus koesterde, net als 19de-eeuwse aristocraten, zijn tweede leven in de schaduw. Willem kon dat niet en ging aan zijn verboden verlangens ten onder.’
En, heeft u nu een antwoord op uw vraag? Kan iemand een idealist én een fascist zijn?
‘Juist als je een idealist bent kun je door het fascisme betoverd raken. Dat was voor mij een eyeopener: fascisme gaat niet alleen over geweld en strengheid, maar juist ook over romantiek en fantasie. Marinus behield in de snelkookpan van moderniteit altijd de conservatieve nuchterheid van zijn vader. Willem sneuvelde in een waan.’
In het huidige Amerika van president Donald Trump worden families verscheurd door de politiek. Beschouwt u Trump als een fascist?
‘Ik vind dat je perioden en personen uit de geschiedenis niet een op een met elkaar kunt vergelijken. En met etiketten moet je dus oppassen. Maar ook in Trumps beweging zie je die merkwaardige masculiene heroïek en de bipolariteit van verbeelding en werkelijkheid. Jonge mannen vallen voor het sprookje, vrouwen soms ook – en dat vind ik wel verbijsterend.’
U oordeelt niet over de rode en de zwarte jonker.
‘Zij moesten alle moderne tegenstellingen die in de nieuwe eeuw op hen afkwamen in hun eentje oplossen, en dat lijkt me niet makkelijk. Het morele oordeel laat ik graag aan de lezer over. Interessanter dan de tegenstelling tussen ‘goed’ en ‘fout’ vind ik die tussen rationaliteit en romantiek, tussen de strateeg die overleeft en de dromer die sneuvelt.’
