De ANWB heeft niets meer te maken met de legendarische ANWB-paddenstoel
Dit artikel is geschreven doorWilfred Scholten. Gepubliceerd in Trouw op 23 november 2025
Midden in het bos van Schaarsbergen, langs het fietspad, staat een ANWB-paddenstoel. Zo’n wegwijzer voor fietsers. Maar deze is helemaal van grijs beton, de tekst ontbreekt. Zeker in reparatie, was mijn eerste gedachte. Dat was in april 2024.
Een jaar later – er waren naast de jaargetijden ook een paar onbeantwoorde mails overheen gegaan – begon ik mij dingen af te vragen. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor deze wegwijzer voor fietsers in een toeristisch gebied, tussen Arnhem en Nationaal Park De Hoge Veluwe? Toch geen uithoek. Zouden er al verdwaalde fietsers gevonden zijn in het bos van Schaarsbergen? Waarom heeft niemand die paddenstoel van een nieuwe tekst voorzien?
Zo begint dit verhaal. Een speurtocht. Geen sprookje over paddenstoelen en kabouters, maar een vertelling over hoe politiek en overheid verstrikt raken in goede bedoelingen, maar aan het eind de weg kwijt lijken te zijn. Over hoe privatisering en verzelfstandiging een eenvoudige taak – zorgen voor goede bewegwijzering – overnemen, zonder dat de kwaliteit verbetert.
Een overheid die haar kerntaken verzaakt, oogst geen vertrouwen, zo blijkt uit talloze onderzoeken. Deze kale paddenstoel in het bos illustreert hoe je zoiets per ongeluk doet, een kerntaak verwaarlozen.
Hoe de paddenstoel uitgroeide tot een icoon
De eerste paddenstoel werd al in 1919 geplaatst langs de Larense hei. De Algemene Nederlandse Wielrijders Bond (ANWB) wilde een herkenbare wegwijzer voor de groeiende schare fietsers. Dat werd de paddenstoel, omdat die zo goed paste in de natuurgebieden.
Hij groeide uit tot een waar icoon. Een eeuw later staan er meer dan vijfduizend door het hele land. De vraag is waarom die beschadigde paddenstoel bij Schaarsbergen al ruim anderhalf jaar niet voorzien is van een nieuwe tekst?
Een vraag die ik in eerste instantie stel aan het Geldersch Landschap, de beheerder van het bos. Maar die gaan niet over de fietspaddenstoelen, zo krijg ik te horen. Daarvoor moet ik bij de ANWB zijn.
Bij de bond aangekomen blijkt dat een achterhaald advies: ook die gaat er al tien jaar lang niet meer over. Er schijnt een overheidsdienst te zijn waar de burger moet aankloppen, zegt de telefoniste: de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd).
Nooit van gehoord. Maar het is toch echt zo: de oude vertrouwde ANWB blijkt ingeruild voor een ‘zelfstandig bestuurslichaam’, een overheidsdienst die samenwerkt met Rijkswaterstaat. Maar waarom weten wij, burgers van Nederland, dit niet? Ik kan me hier geen discussies of zelfs maar nieuwsberichten over herinneren. Is dit stilzwijgend en achter de schermen gebeurd? En waarom eigenlijk?
Terug naar het tweede paarse kabinet
Hier betreden we het glibberige pad van de politiek. Niet die zich openlijk afspeelt in de Tweede Kamer, maar die van achter de coulissen. We gaan terug naar de tijd van het tweede paarse kabinet. Tineke Netelenbos, een ervaren PvdA-politica, is minister van Verkeer en Waterstaat. Ze heeft eind jaren negentig een ambitieus plan, dat nooit gerealiseerd is: rekeningrijden. Om files tegen te gaan zouden automobilisten voor elke gereden kilometer moeten betalen, met een hoger tarief in de spits.
Wat dit te maken heeft met bewegwijzering? Politieke wegen zijn vaak ondoorgrondelijk, maar de grootste tegenstander van haar plan is in die tijd de ANWB. Guido van Woerkom is de activistische hoofddirecteur en voorman van de stevige lobby tegen het rekeningrijden. De automobilist wordt op kosten gejaagd, vindt hij, en de vraag is of het iets helpt tegen de files.
De geduchte tegenstand van zijn ANWB is volgens Van Woerkom de reden dat de minister eens kritisch ging kijken naar de taken die bond uitvoerde, vertelt hij aan de telefoon.
Tineke Netelenbos, inmiddels politica in ruste, zegt terugblikkend dat zij moeite had met het feit dat de ANWB als particuliere organisatie steeds commerciëler werd – met winkels, verzorgde vakanties en autokeuringen – en toch een overheidstaak bleef uitvoeren. De organisatie was immers niet alleen verantwoordelijk voor de fietspaddestoelen, maar voor álle bewegwijzering in Nederland. “Het is toch vreemd dat zo’n commerciële organisatie het monopolie had op het gebied van de bewegwijzering”, zegt Netelenbos. “Of je opereert in de markt of je bent een semi-overheidsinstelling, maar niet beide.”
ANWB-directeur Van Woerkom vindt het ‘kinnesinne’. Maar Netelenbos ergerde zich ook aan de kwaliteit van de wegwijzers langs de snelwegen, zegt ze. “Met van die slecht leesbare donkere vlakken, dat moest toch beter kunnen.”
Een aanbesteding voor de snelwegen met een verrassende winnaar
De minister vroeg advies aan oud-minister Hans Wijers. Was het uitschrijven van een ‘tender’ waarop bedrijven een offerte konden indienen voor het beheer van de wegwijzers niet beter?
Het was de tijd van marktwerking en privatisering. De neoliberale wind waaide zelfs bij doorgewinterde sociaaldemocraten als Netelenbos, en ook de EU wilde dat overheidstaken zoveel mogelijk werden aanbesteed, om eerlijke concurrentie af te dwingen. Hoewel Wijers vond dat de ANWB het prima deed, vond hij aanbesteding ook een goede mogelijkheid.
Netelenbos zegde in 2001 het contract met de ANWB op. Rijkswaterstaat moest van haar voortaan de bewegwijzering openbaar aanbesteden. Zeven partijen waagden het erop. Tot veler verrassing won het ingenieursbureau Tebodin de tender en mocht het vanaf 2004 de snelwegen van borden voorzien. Tot verdriet van de ANWB, die ook meegedongen had.
Het zit Van Woerkom nog altijd niet lekker: “Tebodin kon het goedkoper, zeiden ze, maar zij wisten niet wat erbij kwam kijken. Coördinatie en afstemming met wegbeheerders is heel belangrijk. Dat is door Tebodin onderschat”. Niettemin heeft Tebodin het naar tevredenheid van Rijkswaterstaat nog jaren mogen doen.
Een ratjetoe langs de wegen
De ANWB won wel de aanbesteding voor de provinciale en gemeentelijke wegen, samen met de fietsbewegwijzering. Daartoe richtte de ANWB twee stichtingen op. De ene kocht de wegwijzers in, de andere zorgde voor de plaatsing ervan. Zodat gemeenten en provincies niet zelf bij fabrikanten borden hoefden te bestellen. In feite de oude situatie van voor de aanbesteding – waar onenigheid over ontstond met Rijkswaterstaat en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
De relatie met Rijkswaterstaat werd er niet beter op toen de ANWB het ontwerp van de borden veranderde, met onder meer een nieuw lettertype en een andere vorm van de pijl. Sommige gemeenten, zoals Almelo en Zoetermeer, gingen eigen ontwerpen maken. Het gevolg was dat er geen sprake meer was van uniforme bewegwijzering door het hele land.
In de woorden van René Walhout, die een boek schreef over de geschiedenis van de bewegwijzering, werd het in de jaren 2005 tot 2010 een ratjetoe langs de wegen. De relatie tussen Rijkswaterstaat en de ANWB daalde tot het vriespunt.
Een nieuwe dienst zet de ANWB buitenspel
Wat gebeurt er als partijen er samen niet meer uitkomen? Inderdaad, er werd een commissie ingesteld. Onder leiding van organisatiedeskundige Mark van Twist adviseerde die om meer ‘consistentie en centralisatie’ aan te brengen in de bewegwijzering. De wegwijzers moesten bij wijze van spreken weer dezelfde kant op wijzen.
De speurtocht nadert de ontknoping. Wat blijkt? Na wat voorwerk werd op last van VVD-minister Melanie Schultz van Haegen in 2015 de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd) opgericht. Een zelfstandig bestuursorgaan dat orde in de chaos moest scheppen en het beheer van de blauwe borden voor auto’s en de witte voor fietsers op zich moest nemen.
Een regiefunctie: de wegbeheerders zelf (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) bleven eigenaar en moesten voor de borden betalen. Zij moesten aannemers inhuren om ze te maken en te herstellen. Tebodin en de ANWB stonden sindsdien helemaal buitenspel.
Dit was niet de bedoeling van Netelenbos
Oud-minister Tineke Netelenbos, die het eerste zetje voor deze verandering had gegeven, reageert stomverbaasd als ze hoort van deze Nationale Bewegwijzeringsdienst, haar geheel onbekend. Dit was helemaal niet haar bedoeling geweest. “Ik vind dit vreemd. Het plan was om een commercieel bedrijf de opdracht te geven om de bewegwijzering in Nederland voor een langere periode, bijvoorbeeld 10 of 15 jaar, te verzorgen. Dit bedrijf zou dan ook volledig verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en het onderhoud.”
Dat is nu dus niet het geval: bij de dienst moet eerst een melding binnenkomen. Dan vraagt een medewerker aan de wegbeheerder of de schade gerepareerd moet worden. Zo ja, dan wordt er een offerte uitgezet bij een aannemer, vervolgens wordt daar een besluit over genomen en dan gaat het in reparatie. Dat kan lang duren, al snel een aantal maanden, soms wel negen of meer.
Het voorbeeld daarvan is ironisch genoeg ook in Schaarsbergen te vinden, vlak bij ‘mijn’ paddenstoel – die nog steeds kaal is. Op de rotonde bij pannenkoekenhuis Den Stroper zie ik dat al enkele maanden een aantal ‘gewone’ verkeersborden de automobilist leeg staan aan te staren. Alleen het geraamte staat er nog. De borden zijn beschadigd en moeten hersteld worden.
Een ambtenaar van de provincie Gelderland die ik te pakken krijg legt uit waarom dit zo lang moet duren. “We vragen slechts één keer per jaar offertes aan aannemers om kosten te besparen. In juni is de schade gemeld, half november hopen we dat het weer hersteld is”.
Tot die tijd moeten automobilisten het dus zonder doen. “Ja, dat duurt lang, vinden wij ook, veel te lang. We hopen dat het in de toekomst korter kan, maar hebben nog geen manier gevonden om dat voor elkaar te krijgen”.
Vertraging zit ingebakken in het proces
Terwijl ik af en toe langs de paddenstoel fiets en zie dat er nog niets veranderd is, is het tijd om verhaal te halen bij de directeur van de NBd, Dick Ottevanger. Hij zetelt met zijn dienst in het kantoor van Rijkswaterstaat in Utrecht. Ottevanger is allervriendelijkst en kent het probleem, zegt hij in een online verbinding. De ‘doorlooptijd’ tussen melding en herstel is te lang. “Dat moet korter kunnen”.
Maar hoe dan? Hij legt uit dat het werkproces via verschillende partijen verloopt. “Eerst wordt schade gemeld, dat kan door een burger zijn. Die melding komt dan bij ons terecht en wordt doorgezet naar de wegbeheerder. Wij zijn wel van de bewegwijzering, maar wij zijn niet de beheerder en eigenaar van alle borden en paddenstoelen. De wegbeheerder moet zo’n melding oppakken.”
Een proces waar vertraging ingebakken zit, zo blijkt. “De ene wegbeheerder bundelt schades, en wacht zeg maar een half jaar met het doorzetten van de schades. Sommige reageren helemaal niet. Vervolgens moet de wegbeheerder kijken of er budget is en of ze het de NBd laten doen of het zelf doen, als het gaat om de realisatie. Er zitten dus een heleboel stappen in met verschillende verantwoordelijkheden.”
Is het niet een beetje te ingewikkeld gemaakt op deze manier? En kan dat niet beter, wat toch de bedoeling was? Een verzuchting: “Ik zou het heel leuk vinden als de NBd eigenaar was van alle borden en wij een dienst hadden die zo groot was dat wij à la minute konden reageren. Dat is natuurlijk onbetaalbaar en niet realistisch.”
Bewegwijzering is een kleine tak van sport
De dienst probeert volgens de directeur ‘grip’ te krijgen op het proces, maar dat valt niet mee. Neem de leveranciers, daar zijn de wegbeheerders sterk afhankelijk van. Dat zijn er maar een paar in Nederland. “Bewegwijzering is echt een niche”, zegt die directeur. “Het is een hele kleine tak van sport, de kennis zit maar bij een klein aantal mensen”.
Vol trots vertelt hij dat het ontwerpproces bij zijn dienst vorig jaar geautomatiseerd is, na een discussie die vijf jaar duurde. Hierdoor kunnen ontwerpen van borden sneller naar de fabrikant. “Bewegwijzering is niet zo simpel als het lijkt”, zegt Ottevanger. “Het is een keten waarvan je de continuïteit en samenhang moet bewaken. Dat het sneller moet, daar ben ik het helemaal mee eens. Dat is ook echt ons doel, met name op schadeafhandeling.”
Dat blijft inderdaad een zwakke plek. Borden boven snelwegen wachten vaak maanden op reparatie. Letters zijn soms weggevallen of onleesbaar, zoals ik zelf opmerk op de A1 bij Hoevelaken, of langs de A7 naar het noorden. Maar zeker bij de A12 op de ring van Utrecht. Ottevanger: “De ring staat al jaren op de nominatie om verbreed te worden, maar het project is aanzienlijk vertraagd.”
Het lijkt zo efficiënt: de borden vervangen op het moment dat de wegen toch aangepakt worden, om niet twee keer kosten te hoeven maken. “Maar door de vertraging zijn de borden nog ouder en onleesbaarder geworden. Pas als de NBd opdracht krijgt van de wegbeheerder, kunnen we gaan plannen. Het is hun verantwoordelijkheid, daar kan ik niet in treden.”
De onbekendste overheidsdienst van het land
De Nationale Bewegwijzeringsdienst bestaat tien jaar, en dat werd in januari feestelijk gevierd. Met taarten en zelffelicitaties, zo is op de site te zien. Een medewerker memoreerde het doel van de NBd: een organisatie die zorgt voor een efficiënte, veilige en gebruiksvriendelijke bewegwijzering. “Dankzij de inzet en toewijding van het geweldige NBd-team hebben we dat doel werkelijkheid zien worden.”
Maar na een drietal directeuren die maar heel kort bleven, onder wie Hanneke Steen, zojuist als nummer twee op de CDA-lijst in de Tweede Kamer verkozen, probeert Ottevanger de zaak een beetje op orde te brengen. Zo is de dienst zelfs bij 15 procent van de wegbeheerders (vooral gemeenten) onbekend, zij hebben er nooit contact mee. Bureau Berenschot is ingeschakeld om hier onderzoek naar te doen.
Voor het grote publiek is de NBd misschien wel de onbekendste overheidsdienst van het land. “Dat zal zeker zo zijn, maar dat is helemaal niet erg”, zegt de directeur. “Wij werken voor wegbeheerders. Wel is het zo dat burgers via onze website schades kunnen melden.”
Evengoed: als het publiek de dienst niet kent, kan het de schade ook niet melden. Ottevanger berust er maar in. “Dat mensen denken dat de ANWB nog steeds verantwoordelijk is voor de bewegwijzering, begrijp ik wel. Die club draagt meer dan honderd jaar geschiedenis met zich mee.”
Het herstel van de paddenstoel is in werking gezet
Intussen staat ‘mijn’ paddenstoel in Schaarsbergen er deze herfst nog steeds kaal bij. De wegbeheerder, de gemeente Arnhem, kreeg pas in oktober 2024 de melding van de NBd binnen dat de paddenstoel beschadigd was, een half jaar na de constatering door de verslaggever.
Vervolgens is er niets met die melding gedaan. De betreffende ambtenaar laat via een woordvoerder weten vergeten te zijn actie te ondernemen en een offerte aan te vragen bij de fabrikant die de tekst voor de paddenstoel moet leveren. “Wat uitermate slordig is”, voegt de woordvoerder van de gemeente er wel aan toe.
Opmerkelijk is ook dat de NBd pas eind augustus 2025 de gemeente een herinnering stuurt. Een woordvoerster van deze dienst weet ook niet waarom zo laat pas. Toevallig wordt één dag voor de navraag van deze krant het herstel in werking gezet. Waarschijnlijk duurt het nog drie tot vier maanden voordat de aannemer daadwerkelijk aan de slag kan. Het heeft dan anderhalf jaar geduurd.
De vrijwilligers van de ANWB zijn verdwenen
Oud-ANWB-directeur Guido van Woerkom schudt zijn hoofd als hij hoort van mijn zoektocht. “Deze dienst werkt met wegbeheerders volgens het principe van een budgetorganisatie. Ze kijken niet of iets nodig is, maar of er op dat moment geld is. Het verschil met de ANWB? Wij hadden langlopende contracten met fabrikanten, zodat er zekerheid was dat de schade snel hersteld werd. We hoefden niet voor elk bord een offerte aan te vragen, het tarief was bekend. Daardoor hielden we het tempo erin.”
En die eenzame, kale paddenstoel in het bos? “Dat was bij ons niet gebeurd”, zegt de oud-directeur. “De ANWB had namelijk vrijwilligers die de paddenstoelen door het hele land in de gaten hielden, schoonmaakten en melden wanneer er iets stuk was. Dat is allemaal verdwenen”.
