De manosfeer zou alles verpesten? Kom op zeg

Is het echt zo erg gesteld met de manosfeer in Nederland? Schrijver Jop Eikelboom fileert de morele paniek.

Jop Eikelboom. Trouw,  23 mei 2026,

Twee weken geleden publiceerde onderzoeksbureau Ipsos een kleinschalig onderzoek naar de invloed van de manosfeer op scholen. Niet meer dan een enquête onder wat leraren, maar het was ruim voldoende om een mediastorm te ontketenen. Talkshows en columnisten duikelden over elkaar heen om het fenomeen te duiden, in de kranten verschenen alarmerende artikelen met koppen als ‘Hoe praat je met je kind over de manosfeer?’ Uiteindelijk zorgde het zelfs voor Kamervragen. Inmiddels heeft alle ophef meer weg van massahysterie dan een nuchtere maatschappelijke discussie.

Het gaat vaak al mis bij de eerste aanname, namelijk dat jonge mannen steeds conservatiever worden. Daar is weinig bewijs voor. Er zijn wat internationale onderzoeken gedaan die signaleren dat jongeren van nu conservatiever zijn dan ouderen van nu op bepaalde onderwerpen. Maar het enige onderzoek dat in Nederland over dit onderwerp is uitgevoerd (wederom door Ipsos) komt tot de conclusie dat jonge mannen relatief progressief zijn ten opzichte van oudere mannen. Ze denken bijvoorbeeld positiever over feminisme.

Veel toleranter dan vroeger

Uit Europees onderzoek blijkt dat jonge mannen van nu sowieso veel toleranter zijn dan jonge mannen vroeger. De Correspondent berekende al dat de acceptatie voor abortus is gestegen van 36 procent in 1981 naar meer dan 70 procent nu. Men lijkt dus massaal op zoek naar een verklaring voor iets dat misschien helemaal niet plaatsvindt.

Maar oké, als een klein deel van de mannen conservatiever wordt, kan dat ook grote gevolgen hebben. Als die jongens dominant aanwezig zijn in een klaslokaal bijvoorbeeld. Maar komt dat dan dóór de manosfeer?

Die vraag is extreem moeilijk te beantwoorden, al is het maar omdat het niet helemaal duidelijk is wat de manosfeer precies is. De NOS spreekt van ‘vrouwonvriendelijke sites en sociale-media-accounts van mannen’, de Volkskrant over ‘online-influencers die mannen voorspiegelen dat ze pas meetellen als ze rijk en gespierd zijn’ en Trouw over ‘mannen die zich als slachtoffer van het feminisme’ zien.

De verschillen tussen deze formuleringen lijken klein, maar dat zijn ze niet. Iemand als Jordan Peterson (vaak aangehaald als belangrijk persoon binnen de manosfeer) ziet mannen bijvoorbeeld wel als slachtoffer van bepaalde feministische trends, maar zou nooit zeggen dat mannen pas meetellen als ze rijk zijn en gespierd. Dat is wel het stokpaardje van Andrew Tate. En is het per se vrouwonvriendelijk om mannen als slachtoffer te zien van het feminisme? Het zou om uitleg vragen, natuurlijk, maar het is toch ook raar om te veronderstellen dat feminisme op geen enkele manier negatief zou kunnen uitpakken voor mannen?

Er is dus amper een heldere definitie van wat de manosfeer is, laat staan dat is aangetoond dat het de manosfeer is die zorgt voor bepaalde denkbeelden bij jongeren. Toch wordt de manosfeer gepresenteerd als belangrijke oorzaak van conservatieve denkbeelden onder jongeren. Nou wil ik de invloed van sociale media niet bagatelliseren, maar de tunnelvisie is opvallend. De rol van religie, sociale omgeving, de vermenging van straatcultuur en islam, dit alles blijft grotendeels buiten beeld. Wat overblijft is toevallig ook de meest veilige verklaring: onze jongeren worden gehersenspoeld door een stel kwaadaardige influencers uit Amerika.

Meisjes trekken zich er weinig van aan

Bovendien staan er ook geruststellende woorden in het Ipsos-onderzoek, bijvoorbeeld dat meisjes zich heel weinig aantrekken van de hele manosfeer. En jongeren die werden geïnterviewd door kranten komen weerbaar over. Sommige jongens zeggen zich even aangetrokken te hebben gevoeld tot Andrew Tate, maar zij zijn daarvan teruggekomen. In de Volkskrant komt een jongen niet verder dan dat hij door bepaalde influencers soms even het idee heeft dat veel vlees eten gezond is, om vervolgens zelf aan te geven dat dat waarschijnlijk onzin is.

Dit betekent overigens allemaal niet dat er geen enkele reden is tot zorg. Je zou misschien willen dat mannen in het algemeen progressiever waren, en het blijft schokkend dat anno 2026 ongeveer 30 procent van de jonge mannen tegen abortus is. Het is ook verstandig alert te blijven op online-trends die schadelijke ideeën kunnen versterken.

Maar waakzaamheid is iets anders dan paniek. Niet elke domme mening op internet vormt meteen een maatschappelijke crisis. Misschien zouden we iets minder bang moeten zijn voor de manosfeer – en iets meer vertrouwen moeten hebben in jongeren zelf.

Jop Eikelboom is schrijver bij Lubach en voormalig adjunct-hoofdredacteur van De Speld.