(hypothese over het ontstaan en verdwijnen van materie)

*
I. Context en uitgangspunten
De moderne kosmologie voorspelt het thermodynamische einde van het universum via een ‘warmtedood’, waarbij alle structuur en materie verdwenen zijn. Tegelijk stelt de quantum-informatietheorie dat informatie mogelijk fundamenteler is dan materie en dat ruimte, tijd en deeltjes voortkomen uit verstrengeling van informatie.
Deze hypothese onderzoekt de mogelijkheid dat het universum cyclisch is waarbij quantuminformatie overleeft na het verdwijnen van materie, en dat deze informatie, onder bepaalde voorwaarden, materie opnieuw voortbrengt.
II. Axioma’s
*
1. Fundamenteel axioma: “It from Bit”
Elke fysieke entiteit (“it”) is een manifestatie van onderliggende quantum-informatie (“bit”).
Structureel fundament: informatie is niet beschrijvend maar constitutief.
2. Entanglement is structuurvormend
Verstrengeling (entanglement) is het mechanisme waardoor quantuminformatie ruimtelijke relaties, materie en tijdordening vormt.
Entanglement bepaalt hoe informatie wordt gepositioneerd binnen een emergente ruimte-tijd.
3. Informatie is behoudend en onverwoestbaar
Quantuminformatie kan niet vernietigd worden; zelfs bij het verdwijnen van materie (zoals in zwarte gaten) blijft de informatie in principe behouden.
4. Kosmische ‘collapse’ is overgang van ‘it’ naar ‘bit’
Het verdwijnen van alle materiële structuur (warmtedood) is een volledige overgang van fysische werkelijkheid naar pure quantuminformatie, opgeslagen in een fundamenteel verstrengeld veld.
5. Emergentie van nieuwe orde (Big Bang) is een spontane decoherentie van verstrengelde informatie
Onder onbekende condities (bijv. kritieke informatie-dichtheid, of toename van de wanorde die leidt tot het instabiel worden van een systeem) kan een spontane herschikking (‘decoherentie’) van het informatieveld plaatsvinden, wat leidt tot de her-constructie van materie — een nieuwe Big Bang.
III. Verloop van een cyclus
*
Fase 1: Expansie
- Klassieke materie, sterrenstelsels, ruimte en tijd ontwikkelen zich uit een oorspronkelijk coherente ‘klomp’ quantuminformatie.
- Verstrengeling geeft structuur aan ruimte-tijd.
Fase 2: Warmtedood
- Na kosmologische tijdschaal verdwijnt materie.
- Wat overblijft is een volledig ontkoppeld universum zonder actieve fysica, maar met resterende, verstrengelde quantuminformatie in een abstract substraat.
Fase 3: Spontane informatiedecoherentie
- In dit substraat ontstaat een instabiliteit of faseovergang.
- De quantuminformatie ordent zich opnieuw in coherente toestanden, die zich uitkristalliseren als fysieke werkelijkheid.
- Resultaat: een nieuwe ruimte-tijd structuur met nieuwe natuurconstanten: een Big Bang.
Noot:
- Door verstrengeling en superpositie is het denkbaar dat de overgang van “bit” (niet fysiek) naar “it” (materie) niet geleidelijk gaat maar in één grote Big Bang.
IV. Toetsbaarheid en implicaties
Hoewel (nog) niet experimenteel testbaar, biedt de theorie enkele implicaties:
- Herdefinitie van zwaartekracht en ruimte: als entanglement de basis is, moet zwaartekracht niet geometrisch, maar informatie-theoretisch worden beschreven.
- Zwarte gaten als informatietransitiezones: de informatie die zwarte gaten uitstralen draagt bij aan het informatiereservoir dat aan de basis ligt van een toekomstig universum.
- Kosmische cycli als informatiecycli: de ‘Big Bang’ is geen absoluut begin, maar een informatie-herschikking.
VI. These (beknopte formulering)
*
Het universum is een cyclisch proces van emergentie van materie uit verstrengelde quantuminformatie.
Materie is een tijdelijke verschijning van een dieper, niet-fysiek informatieweefsel. Wanneer alle materie verdwijnt, blijft dit informatieweefsel bestaan en vormt de kiem voor een nieuwe kosmische fase.
