In het opiniestuk ‘Beleid moet klassenverschillen gladstrijken’ trof me een zinnetje: ‘De meest welvarende klassen leven in de mooiste buurten.’ Dat fenomeen kent iedereen, elke stad en dorp kent zulke rijke buurten met mooie gebouwen en lelijke arme buurten, vaak met eentonige nieuwbouw.
Helaas is het een situatie die mede blijft voortbestaan door de smaakoordelen van moderne architecten en de machthebbers die met hen meedenken. Uit onderzoek blijkt dat moderne architecten een totaal ander oordeel over schoonheid hebben dan de grote meerderheid van leken, rijk en arm. Maar rijke mensen kunnen het zich veroorloven om mooie oudbouw te kopen als hun inkomen stijgt, terwijl arme mensen in de lelijke nieuwbouw achterblijven.
De culturele elite ontkent dit fenomeen omdat het status heeft om modernistische nieuwbouw goed te vinden. Het zoveelste kale woonblok wordt nog steeds ‘innovatief’ genoemd, ook door mensen die net voor zichzelf een rijk gedecoreerd art-nouveauhuis hebben gekocht.
Uit angst voor conservatisme wordt het bespreken van het wetenschappelijke onderzoek naar esthetische beleving als ongewenst beschouwd door de media en de politiek. Daardoor zullen de armen ook in de toekomst in lelijkheid moeten leven.
Pieter Voogt, Amsterdam
