Joden en Israël
Antisemitisme neemt toe in Nederland, maar wat dat precies inhoudt, is onderwerp van felle discussie. ‘Om een uitspraak als ‘From the river to the sea’ te beoordelen, moet je eerst weten wat iemand ermee bedoelt.’
Trouw. Gatool Katawazi 8 juli 2025
Een zanger die niet wil optreden op een Joods jeugdfestival vanwege ‘zionistische pamfletten’, een politica die hem wegzet als Jodenhater. De discussie tussen Douwe Bob en Dilan Yesilgöz is meer dan een rel: ze legt de diepe verwarring over de term antisemitisme in het publieke debat bloot.
Die verwarring is niet nieuw, maar sinds 7 oktober 2023 staan de tegenstellingen op scherp. De een ziet pro-Palestijnse protesten als antisemitisch, de ander verzet zich juist tegen het gelijkstellen van Israëlkritiek met Jodenhaat.
In theorie lijkt de term simpel: antisemitisme is Jodenhaat. Maar in de praktijk is dat allerminst eenduidig, zegt Bart Wallet, hoogleraar Joodse studies aan de Universiteit van Amsterdam.
Waar komt het begrip vandaan?
Jodenhaat is een eeuwenoud probleem, maar de term ‘antisemitisme’ dook pasop rond 1875. Oorspronkelijk gebruikten de eerste ‘antisemieten’ het als geuzennaam: het was een ideologie, net als liberalisme of socialisme, bedoeld om zich te verzetten tegen de emancipatie van Joden in Europa. Zo kreeg Jodenhaat door nieuwe pseudowetenschappelijke inzichten een modern jasje.
De ontdekking van bacteriën voedde bijvoorbeeld het idee dat ook samenlevingen van binnenuit en onzichtbaar aangetast konden worden. Wallet: “Het Joodse volk werd al snel weggezet als kwade bacterie in het lichaam van de natie”. In diezelfde tijd kwam de rassentheorie op. Die stelde, op (onjuiste) wetenschappelijke gronden dat Joden een ander en inferieur ras zouden zijn dan witte Europeanen.
Deze redenering, verpakt als wetenschap, legde de basis voor het antisemitisme dat uiteindelijk zou uitmonden in de Holocaust.
Waarom het weer oplaait
Die ideeën zijn nooit helemaal verdwenen. Antisemitisme is volgens Wallet “een repertoire vol anti-Joodse beelden en sprookjes, opgebouwd van de late oudheid tot nu.” Dat collectieve geheugen raakt nooit leeg: oude vooroordelen blijven, nieuwe voegen zich erbij.
Vooroordelen steken vooral de kop op in tijden van crisis, als mensen houvast missen. “Dan is antisemitisme een makkelijk duidingskader om de wereld om je heen weer te begrijpen.”
Zo keerden tijdens de financiële crisis van 2008 oude complottheorieën terug over Joden die banken zouden beheersen om anderen te benadelen – een beeld dat al sinds de middeleeuwen rondzingt. Ook tijdens de coronapandemie doken stereotypen op over Joden die ziekten zouden verspreiden, een oude beschuldiging die teruggaat tot de pestepidemieën.
Wallet noemt dit soort hardnekkige stereotypen silent sleepers. Ze sluimeren in ons collectieve geheugen. “Generatie na generatie geven mensen ze onbewust door, in kleine zinnetjes, spreekwoorden, liedjes, kinderboeken of online filmpjes.” Tot er iets gebeurt waardoor ze ontwaken om de complexe wereld om ons heen te verklaren.
Verwarring over definitie
Om te bepalen wanneer iets antisemitisch is, bestaan er twee gangbare werkdefinities. De ene komt van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) en wordt wereldwijd door overheden onderschreven. De andere is opgesteld door de Jerusalem Declaration on Antisemitism (JDA), een academisch initiatief dat vooral onder intellectuelen populair is.
De definities lijken grotendeels op elkaar, maar één cruciaal verschil zaait verwarring. In de Jerusalem Declaration wordt Israël slechts beperkt genoemd, met de nadruk op het onderscheiden van legitieme kritiek op Israël van antisemitisme.
In de IHRA-definitie daarentegen staan twaalf voorbeelden van antisemitisch gedrag. Zeven daarvan benoemen Israël. Op basis hiervan stellen sommigen dat kritiek op Israël gelijkstaat aan antisemitisme. Dat was ook het argument van Yesilgöz in haar kritiek op Douwe Bob, ze verwees expliciet naar de IHRA-definitie.
Kenneth Stern, een van de auteurs van de IHRA-definitie, waarschuwde al in 2019 in The Guardian dat zijn werkdefinitie werd misbruikt door sommige rechtse groeperingen om kritiek op Israël te onderdrukken. Hij stelde dat de definitie oorspronkelijk bedoeld was als hulpmiddel voor het verzamelen van statistieken over antisemitisme, niet als een instrument om politieke meningsverschillen te bestraffen.
Gevolgen voor het publieke debat
Die vraag, of Israëlkritiek antisemitisch is, blijft het maatschappelijk debat aanwakkeren. “De band met Israël is voor veel Joden heel reëel”, legt Wallet uit. “Bijna iedereen heeft daar familie, of heeft daar gewoond. Voor wie religieus is, is het ook het land dat iedere dag in je gebeden voorkomt. Het is onderdeel van de liturgie, van de Torah die je iedere sjabbat leest.” Het land is op zoveel manieren deel van de Joodse identiteit, vertelt hij, dat het evident is dat kritiek erover aan het hart gaat.
“Als mensen zonder zo’n band, die weinig van Israël weten, daar kritiek op hebben, dan raakt dat veel Nederlandse Joden.”
Maar dat betekent volgens hem niet dat kritiek op Israël altijd gelijkstaat aan antisemitisme. “Er zijn politici – bijvoorbeeld binnen de huidige Israëlische regering – die het woord antisemitisme te ruim gebruiken”, zegt hij. “Daardoor treedt inflatie van de term op.”
Van antisemitisme is pas sprake zodra het anti-Joodse repertoire erbij wordt gehaald. Als men bijvoorbeeld zegt dat Israël aan de touwtjes trekt in deze wereld, of de macht over de media heeft, is er volgens Wallet sprake van antisemitisme. Datzelfde geldt als iemand met een Israëlische vlag loopt met daarop een kakkerlak afgebeeld. “Dan is Israël de ‘collectieve Jood’ waarop oude stereotypen worden geprojecteerd.”
In de praktijk is het vaak lastig om te bepalen wat antisemitisch is. Neem de leus ‘From the river to the sea’, die door rechtse politici vaak als omstreden wordt verklaard. “Om zo’n uitspraak te beoordelen, moet je eerst weten wat iemand ermee bedoelt”, zegt Wallet.
Sommigen horen erin: tussen de Jordaan en de Middellandse Zee is geen plek voor Joden, en zien het dus als oproep tot etnische zuivering. Maar andere gebruikers bedoelen er iets anders mee: dat het historische Palestina vrij moet zijn voor álle inwoners, met plek voor een Joodse én een Palestijnse staat. “Daar is dan niets bedreigend aan.”
Identiteit Joden vernauwd
De Israëlische hoogleraren Itamar Mann en Lihi Yona wezen vorig jaar in een wetenschappelijke beschouwing op nog een probleem. Wie antisemitisme gelijkstelt aan antizionisme, ontkent de rijke Joodse identiteit. Het doet alsof er maar één vorm van Joods zijn bestaat: de zionistische.
Zo is de notie van ballingschap, het idee dat Joden verspreid over de wereld leven, voor veel religieuze Joden juist een kern van hun geloof. Pas bij de komst van de Messias zou het beloofde land mogen worden bewoond. Voor anderen botst de verdrijving van Palestijnen met kernwaarden van het Joodse geloof, zoals het streven naar sociale rechtvaardigheid.
Joden worden in het huidige publieke debat vaker in een keurslijf gedrukt, zegt Wallet. De Amerikaanse president Donald Trump zei onlangs nog over de Democratische leider van de Senaat, Chuck Schumer, dat hij geen Jood meer is, maar een Palestijn. “Joden worden verdeeld in ‘goede’ of ‘slechte’ Joden”, zegt Wallet. “Ook op links worden Joden die geen afstand nemen van Israël vaak gezien als ‘slechte Joden’ en Israëlkritische Joden als ‘goed’.”
Maar pas op, zegt Wallet. Goed of slecht, Joden blijven allemaal guilty by association. Dat is klassiek antisemitisme: Joden worden tot één collectief gereduceerd. “Wat je denkt of doet, telt niet. Je bent Jood en daarmee medeverantwoordelijk voor alles wat ‘de Joden’ doen, echt of ingebeeld.”
Politiek strijdmiddel
Het onderwerp is inmiddels zwaar gepolitiseerd. “Iedereen erkent dat antisemitisme een probleem is in Nederland, maar wijst daarbij vooral naar de ander”, zegt Wallet. Rechts naar pro-Palestina-activisten, links naar antisemitische ideeën onder radicaal-rechts. “In beide gevallen fungeert het woord vooral als politiek wapen in de strijd tussen links en rechts. Joden zelf zijn daarbij steeds collateral damage: een pion in een politiek schaakspel.”
In de Verenigde Staten krijgt dat zijn extreemste vorm, zegt Wallet. “Daar ontspoort het volledig.” Hij wijst op Trumps besluit om de financiering van universiteiten te korten vanwege pro-Palestinaprotesten en vermeend antisemitisme. “Er zijn inderdaad incidenten geweest, bijvoorbeeld op Harvard en Columbia, maar dat is politiek enorm uitvergroot. Het antisemitisme wordt misbruikt om universiteiten aan te pakken waar Trump toch al moeite mee had.” Volgens Wallet leidt dat er ook toe dat aan de andere kant echte gevallen van antisemitisme niet meer serieus worden genomen.
Joden terug in het politieke debat
Een ding is zeker: antisemitisme en Joden zijn weer helemaal terug als thema in het publieke debat, merkt Wallet op. “We zijn terug bij vragen als: wat is de plek van Joden in de Europese samenleving? Wat is de band tussen Joden en het Midden-Oosten, met Israël? Alles staat weer ter discussie, en iedereen heeft er een mening over. In die zin lijkt het weer wat op de negentiende eeuw.”
Daarbij worden de stemmen van Joden zelf niet altijd even goed gehoord, meent de hoogleraar. “Voor de Joodse gemeenschap zou het prettiger zijn geen voorwerp van maatschappelijk debat te zijn, maar gewoon Nederlandse burgers zoals ieder ander: individuen die op hun eigen verdiensten worden beoordeeld.”
Hij waarschuwt: “Probeer zo zorgvuldig mogelijk te zijn in je taalgebruik, kwets mensen niet onnodig en debatteer met zuivere argumenten.”
